Verpozen

laat me bij U blijven

dichtbij

kalm mijn hart

rust mijn ziel

laat het kabbelende water stromen

laat me bij U blijven

voorbij

woeste woorden

grote gretigheid

laat de haastigheid aan mij voorbij

laat me bij U blijven

blijvend

in het mysterie

in de grootsheid

in het onbegrepene

in het tegenovergestelde

in het trage

in het verwonderlijke

in de bewegingloosheid

Laat mij in geraas verpozen aan Uw zij

©wendyvanschaik2019

Het donker voorbij

de dagen dat de donkere dingen het hoofd binnendringen
zijn voorbij
een schone lei ligt voor mij terwijl een stem zachtjes tegen mijn ziel zei;
hoor jij de vogels zingen
ruik je de frisse morgenregen
voel stromen van zegen
vrede in het klein
op jouw hoofd
Ik wil dat je beloofd dat als jouw licht ooit weer dooft,
je omhoog kijkt naar de lucht en dan verlichtend zucht :

het zal nooit meer te donker zijn..

©wendyvanschaik2018

Over haast.

Ineens was het goed.
De haast in mijn lijf ging zitten
Ze keek door mijn ogen de wereld in;
Lopende mensen, zwoegend, hijgend, rennend van plaats, naar plaats.
De snelle ademhaling was voor haar geen vreemde.
“Waar lopen al deze mensen toch naar toe?”, dacht ze bij zichzelf.

Ze keerde zich naar binnen, legde haar hand op haar buik.
In en uit.
Langzaam.
Adem in en uit.
De ademstroom voelde tegennatuurlijk.
Het was de druk van het moeten dat haar een hele lange tijd voortduwde.
Zo was ze ontstaan.
Altijd op scherp,
altijd op weg,
altijd beter,
altijd moeten,
altijd alles willen hebben,
altijd eerder dan de ander,
altijd meer,
altijd grijpen, graaien, groter, gretiger.
Tot nu.
Er was iets wat de haast tot kalmte maande.
Ze wilde dat gevoel grijpen, maar het liet zich niet vangen.

“Wat is het dat mijn rennen doet stilstaan? ” vroeg ze zich af.
Ze ging zitten en staarde naar de mensen buiten haar.
Door de flitsen van het rennende heen en weer zag ze iemand zitten.
Zijn ogen ontmoette die van haar en raakten haar ziel.
Zonder te spreken wist ze dat hij zei:
“Haast, komt tot rust en leef!”
“Leef!”
Op dat moment begon de rust te stromen
Ze verwonderde zich over de vrede die het haar gaf.

Zo zat ze een hele tijd.
Totdat ze dacht:
Ik denk dat ik de haast naast me neerleg en me in deze stilte berust.
Dat deed ze.
En ze wist dat het goed was.

©wendyvanschaik2017

Dobberen

Mijn hoofd zit vaak vol ideeën. Dat is fijn. Het brengt me dat ik vanuit mijn hoofd iets uit mijn handen kan laten komen; ik maak en doe graag dingen.
Helaas blijft het vaak bij 1001 brainwaves. Simpelweg omdat ik vier prachtige jonge kinderen heb, een lieve man die fulltime werkt en ik de rest van de tijd een eigen bedrijf draaiende probeer te houden.
Een tijdje geleden vond ik mijn dagelijkse bezigheden niet meer leuk. Ik wilde mijn nieuwe gedachten handen en voeten geven. Actie ondernemen en snel ook, voordat een ander met mijn briljante idee aan de haal ging.
Dat laatste gebeurde ook. Een voor een zag ik een ander mijn ideeën verwezenlijken.
Zo, dat is echt frustrerend. Ik was niet jaloers, nou ja een beetje dan. Ik ging me afvragen waarom ik dan dat idee in mijn hoofd kreeg, terwijl het waarschijnlijk aan een ander was om het te zaaien en te oogsten.
De tijd is mij aan het irriteren. Het gaat of te langzaam, of te snel en ik ben te ongeduldig.

Mijn man heeft daar minder last van:
” Wacht nou maar, als alle kinderen naar school gaan, als de kinderen ouder zijn, dan gaan wij samen een voorstelling maken, of een boek schrijven, of gewoon eens even lekker uitrusten van al die tropenjaren die we gehad hebben” .
Geduld. Hij heeft geduld. In alles.  Als de kinderen ruzie maken, als de rij te lang is , als ik wanhopig gefrustreerd ben, dan heeft hij geduld.
Hij kan opdrachten weigeren. Als er een geweldige aanvraag binnen komt voor zijn Zandschepper kunsten, waarvan ik zeg: ” Ja doen! “,  dan is hij de mail al aan het typen dat hij het helaas te druk heeft.
Ik snap dat niet. Waar mogelijkheden zijn wil ik ze benutten.
Misschien ben ik daarom ook wel de doener en hij de denker.
Hij is voorzichtig, bedachtzaam, een realist met een vleugje pessimisme, hij dobbert graag op kalme wateren. Ik ga op weg en zie wel waar ik uit kom; ik wil ontdekken, ga over woeste wateren en als het fout gaat komt er altijd wel weer een moment waarop het goed zal gaan; inderdaad een optimist .
Opposites attracts zeggen ze. Ja dat is bij ons zeker wel zo, maar pas als we eerst eens even een flinke ruzie hebben gehad. Nou ja, ik ruzie en hij is stil.

Na zo’n ruzie kom ik graag even bij mijn man in het bootje zitten dat voert over de rustige wateren die hij nodig heeft in zijn leven.
Want ook al houd ik van een storm waarin ik op scherp word gezet, na een dobber-sessie met manlief merk ik wel dat vanuit die rust en kalmte er overzicht ontstaat. Kaders waarbinnen ik mijn spinsels richting kan geven en kan kijken wat er echt belangrijk is in het hier en nu.
Op zo’n moment weet ik waarom mijn man, mijn man is: om te laten zien wat ik niet zag, om mij te laten ontdekken dat haast zelden goed is en dat alles komt op het juiste tijdstip. Dat we nu genieten van wat we hebben en dat dat meer dan genoeg is.

We hebben lang in dat bootje gezeten.
Ik had even tijd nodig om weer op vaste grond te komen en te beseffen dat ik niet alles kan doen wat ik wil. Om tot de ontdekking te komen dat ik het lastig vind om soms dingen aan me voorbij te laten gaan omdat ik moeder ben en dat daardoor het moederschap me soms frustreert omdat het mij dan belemmert in het werken aan iets wat ik graag doe..  Om daar even verdrietig over te zijn: dat ik dat een verschrikkelijke ontdekking vind, omdat ik mij schaam dat ik soms mijn werk boven mijn kinderen stel. Terwijl ik zielsveel van alle vier mijn schatten houd.
Ik ontdekte dat als ik zweeg in plaats van gelijk te knallen, dat manlief dan de stilte verbreekt en hij mij mee kan nemen op een weg van rust en geduld en dat dat goed is. Dat hij aanvult waar ik tekort kom in onze relatie, in de opvoeding en andersom. Dat we ieder moment, in volle bewustzijn in ons opnemen omdat vandaag gisteren is voordat we het beseffen.
Dat uiteindelijk voor ons , het samen zijn met zijn zessen, zoveel meer brengt, meer dankbaarheid, meer geluk, meer liefde,  dan een idee wat even in mijn gedachten naar boven komt, maar net zo vluchtig als wolkjes weer voorbij kan gaan.  Dat geduld een schone zaak is en dat genoeg, genoeg is.

Veel van mijn ideeën zullen dus nooit uitgevoerd worden- of juist wel, maar niet door mij. Dat te weten is lastig, maar dat is dan ook alles wat het is.
Een van de ideeën was om een blog op te zetten waarin ik wekelijks mijn ontdekkingen in de zoektocht naar de zin van het leven zou plaatsen.  Dit is niet haalbaar en dus heb ik besloten te snoeien en de 2 blogs samen te voegen.
Dus lieve volgers, mochten jullie me willen blijven volgen, dan raad ik jullie van harte aan om op De Zinzoeker op het knopje “volg” te klikken .

Mijn man is het anker alweer aan het binnenhalen. Ik stap snel bij hem in het bootje om eens lekker tot rust te komen, samen te mijmeren over wat als, dan toch, en over later, of  om te staren naar het water en gewoon eens even te zijn; niets meer en niets minder samen te zijn.

“Rivers know this: there is no hurry. We shall get there some day.”
 -A A Milne-, Winnie the Pooh-

 

 

©wendyvanschaik2017