In haar eentje

Ze deed wat ze kon en dat wat ze deed, deed ze graag
Zo wist een ieder haar te vinden, voor de vraag van vandaag
Wil je even dit en dan weer even dat,
steeds hoger en hoger ging die lat
Zolang ze maar deed wat men haar vroeg
Zolang ze de prestatie maar naar verwachting droeg,
Zei iedereen van: “hallo en gaat het goed,
wat fijn dat je dit voor me doet
wat een talent, wat een creativiteit
we kunnen je goed gebruiken, dat is een feit”
Toen ze besloot het doen aan de wilgen te hangen
en niemand meer van haar talent kon ontvangen
Toen ze niet meer deed , maar besloot gewoon te zijn
Werd haar wereld ineens heel klein:
“Je doen is belangrijker dan je bestaan” schreef ze op papier
Ik geloof, zei ze, dat ik vanaf nu mijn leven maar in mijn eentje vier.

©wendyvanschaik2017

 

 

Over haast.

Ineens was het goed.
De haast in mijn lijf ging zitten
Ze keek door mijn ogen de wereld in;
Lopende mensen, zwoegend, hijgend, rennend van plaats, naar plaats.
De snelle ademhaling was voor haar geen vreemde.
“Waar lopen al deze mensen toch naar toe?”, dacht ze bij zichzelf.

Ze keerde zich naar binnen, legde haar hand op haar buik.
In en uit.
Langzaam.
Adem in en uit.
De ademstroom voelde tegennatuurlijk.
Het was de druk van het moeten dat haar een hele lange tijd voortduwde.
Zo was ze ontstaan.
Altijd op scherp,
altijd op weg,
altijd beter,
altijd moeten,
altijd alles willen hebben,
altijd eerder dan de ander,
altijd meer,
altijd grijpen, graaien, groter, gretiger.
Tot nu.
Er was iets wat de haast tot kalmte maande.
Ze wilde dat gevoel grijpen, maar het liet zich niet vangen.

“Wat is het dat mijn rennen doet stilstaan? ” vroeg ze zich af.
Ze ging zitten en staarde naar de mensen buiten haar.
Door de flitsen van het rennende heen en weer zag ze iemand zitten.
Zijn ogen ontmoette die van haar en raakten haar ziel.
Zonder te spreken wist ze dat hij zei:
“Haast, komt tot rust en leef!”
“Leef!”
Op dat moment begon de rust te stromen
Ze verwonderde zich over de vrede die het haar gaf.

Zo zat ze een hele tijd.
Totdat ze dacht:
Ik denk dat ik de haast naast me neerleg en me in deze stilte berust.
Dat deed ze.
En ze wist dat het goed was.

©wendyvanschaik2017