Thuis


zacht
de dag
die met regendruppels
begint
de kat spint
de hond blaft
koffie pruttelt
prettig
ik rol me op
in jouw schoot
omlijst
door jouw blote lijf
ben ik thuis
wij zijn als
waterlelies van Monet
snel vastgelegd op doek
kwaststreken
in het zonnelicht
jouw hartslag
bekend kleur
vingertoppen kietelen
als wuivend gras in
zomers goud
langs hals
over heuvels
warme lucht
hete huid
ogen vangen
verlangens
snelle adem
verstrengeld
in wolkendekens
die afgeschud van
bezwete lijven
overbodig blijken
jij in
mijn hart
jij in
mijn hart
jij in
mijn hart
klinkt
de cadans
van ons zijn
zacht
de dag
die met regendruppels
begint
de kat spint
de hond blaft
koffie pruttelt
prettig
ik rol me op
in jouw schoot
omlijst
door jouw blote lijf
in jouw armen
ben ik thuis

©️wendyvanschaik

Breken

breek me in stukken

sla het donker uit mijn lijf

uit mijn hoofd

uit mijn ziel

uit mijn dove gevoel

van nuchterheid

laat me zweven

op de toppen van de wind

als de wind toppen heeft

laat me zweven

en leg me dan neer

in luwte

in kalmte

in zachte regen

op mijn huid

dat de wonden

verzorgt

verzacht

breek me open

en maak me dan weer heel

met licht

liefde

of zoiets

iets zachts

dat koude gedachten

verdrijft

maak me stil

niet doodstil

maar kalmte voldoet

als zachte sneeuwvlokjes

op je tong

die langzaam smelten

zo fris

breek me

maar lijm me

maak me weer heel

©wendyvanschaik2019

In het niet

ik was niet binnen

niet buiten

ik was ergens tussenin

kon niet naar voren

of draaien

er was nergens een begin

ik kon niet lopen

niet strompelen

niet springen

hoog of laag

ik kon niet spreken

niet denken

niet stellen de juiste vraag

ik kon niet in het licht

niet in het donker

het was mistig

grauw en grijs

ik kon niet de muziek

in mijn oren

ik kon niet horen de juiste wijs

ik kon niet eten

niet drinken

niet slikken de juist pil

ik kon niet huilen

niet schelden

ik kon niet wat ik wil

behalve zuchten

eindeloos

zuchtend

tomeloos

lange adem blazen

starend

lucht over mijn lippen

een gat in de dag staren

tot de adem stokt

ik kon niet in

ik kon niet uit

ik was tussenin

de draad kwijt

het begin

was het eind

©wendyvanschaik2019

Kom binnen

kom binnen
ik heb alle deuren open
gezet
de wind is gaan liggen
het vuur opgestookt

de sluier opgelicht
mijn blik gericht
op hoop

kom binnen
lang geleden dat ik open heb
gedaan
het vuil ligt op de grond
geen zicht door het raam

maar ik heb de sluier opgelicht
mijn blik gericht
op hoop

want dat is alles wat ik nog heb
met lege handen
sta ik
met alles wat ik nog heb
ongrijpbaar
op blote voeten
met lege handen
mijn hoop gericht op jou

ga zitten
waar zal ik, moet ik
beginnen
als een wilde rivier
gaan gedachten stromen

ga zitten
ik luister graag naar
verhalen
vertel me de woorden
die mij zin geven

want ik heb de sluier opgelicht
mijn blik gericht
op hoop

dat is alles wat ik nog heb
met lege handen
sta ik
met alles wat ik nog heb
ongrijpbaar
op blote voeten
met lege handen
mijn hoop gericht op jou

blijf bij me
een vrije plek in mijn hart
voor jou
het donker is gaan liggen
de zon is opgestaan

wil je blijven
ik zet mijn vensters open
de dageraad is doorgebroken
waarheid is opgestaan

want ik heb de sluier opgelicht
mijn blik gericht
op hoop

want dat is alles wat ik nog heb
met lege handen
sta ik
met alles wat ik nog heb
ongrijpbaar
op blote voeten
met lege handen
mijn hoop gericht op jou

©️Wendyvanschaik

Boze droom

je zweeg
door zinnen te spreken
die de vraag negeerde
omwille van de vrede
en niemand wist dat
de leugen regeerde

mijn hart schreeuwde

smijt het neer dan
gooi het hier dan
voor mijn voeten
koude grond
grijze wolken
harde regen
‘k kan het hebben

smijt het neer dan
halve leugens
was mijn etterende wonden
met jouw smerige
waarheid schoon
ik kan het hebben
meer dan hebben
ik schop je uit mijn boze droom

je bad
door woorden te lispelen
die manipuleerde
waardoor ik verkeerde
in de schoenen geschoven schuld
mezelf niet verweerde

totdat ik me omkeerde

smijt het neer dan
gooi het hier dan
voor mijn voeten
koude grond
grijze wolken
harde regen
‘k kan het hebben

smijt het neer dan
halve leugens
was mijn etterende wonden
met jouw smerige
waarheid schoon
ik kan het hebben
meer dan hebben
ik schop je uit mijn boze droom

je viel
van hoogmoed ontdaan
het lijf plat op de vloer
wraak lag op de loer
ik had je kunnen breken
om ging het roer

toen ik de zeeën van vrede bevoer

ik smijt het neer dan
gooi het hier dan
voor jouw voeten
koude grond
grijze wolken
harde regen
je mag het hebben

ik smijt het neer dan
jouw halve leugens
mijn etterende wonden
ik was het met
leven water schoon
ik ga leven
ik ga het redden


dag, vaarwel mijn boze droom

©️wendyvanschaik

Verpozen

laat me bij U blijven

dichtbij

kalm mijn hart

rust mijn ziel

laat het kabbelende water stromen

laat me bij U blijven

voorbij

woeste woorden

grote gretigheid

laat de haastigheid aan mij voorbij

laat me bij U blijven

blijvend

in het mysterie

in de grootsheid

in het onbegrepene

in het tegenovergestelde

in het trage

in het verwonderlijke

in de bewegingloosheid

Laat mij in geraas verpozen aan Uw zij

©wendyvanschaik2019

Meisjes van 16 (en ouder)

 

hey mooie man

drink jij een bier

voer jij een goed gesprek

kijk jij haar in de ogen

roep jij dan gretig kom hier

hey mooie man

jij lekker dier

wil jij haar schuifelen

zwoel zoenend tegen de bar

terwijl zij denkt : dit is hoe ik het leven vier

hey mooie man

jij met de deur al op een kier

zet jij haar nu aan de kant

als niets, als gebruikt

is dat jouw manier?

van meisjes van zestien

wijs maken dat ze de mooiste zijn

hun hart groot maken en dan breken

wedje maken, lachen met je vrienden

meisjes van 16 worden dan weer klein

voelen zich bedrogen

haten het leven steeds meer

ze weten het niet

ze zien het niet onder ogen

dat, meisjelief luister, iemand moet het je zeggen, luister goed

al zeggen ze lieve woorden en  neem je alle mannen op de aarde

dat wat ze je geven is zelden goed:

laat los , geloof geen woord

gooi je lichaam niet overboord

omarm je eigenwaarde

dat is wat je hebben moet:

MOED.

 

©wendyvanschaik2018

 

 

 

ongemak

er zijn wel meer dan duizenden mensen
dik, dun, blond, bruin
kort, lang, onthaard en ongeschoren
getatoeëerd van top tot teen
gepierced van onder tot in hun oren

al die mensen meer dan honderden klachten
klagen steen en been
gemopper , gedonder en verachten
medemensen waar het wel vaart
zitten op bemoeienissen niet te wachten

en dan in zo’n kleine ruimte
met te dikke billen of zwetend, hoestend
dicht bij elkaar gepropt op plastic stoelen
wachtend op het roepen van hun naam -kijkt de mens elkaar aan:
wat kunnen we ons toch allemaal allemachtig hondsberoerd voelen.

verbroedering door een breuk
in de ellepijp , druk op de borst,
soa, griep of pijn in het gemacht
de mens vindt elkaar in het leed van de ander
dan knikken de hoofden
wordt het ongemak een tikkeltje verzacht

tot eenmaal buiten de deur
met recept in de hand
al haast genezen van onze last
maken we het leven van de ander weer zuur
want dit ongemak – het is niet te genezen-
we zitten nu eenmaal in onze nare gewoontes vast

 

©wendyvanschaik2018

De tijd is nu

In een aanleunwoning in Leek, aan de Grouw

staart een oude vrouw uit het raam naar benee

80 is ze misschien, of een jaar of twee erbij

of eraf, geen idee, haar lippen zitten op slot

terwijl ze steeds in haar hoofd verzucht;

 

zat het leven mij maar mee

altijd heb ik geleefd met het idee

dat mij niets was gegund

des te meer de ander

dat de mensheid mij een loer draaide

dat ze lachte, maar ondertussen hoonde

 

Bij de gedachte dat het leven anders had gekund

zakt de grond onder haar voeten weg

 

In een aanleunwoning in Leek, aan de Grouw

zit een oude vrouw in haar schommelstoel

heen en weer, troostend wiegend op herinneringen

van haar man, kinderen die zingen, naar huis

of we gaan nog niet naar huis, maar zij wil wel:

 

had ik mezelf vrijgesproken

was ik maar niet ondergedoken

in mistrouw en wrok

jaloezie op de ander

dat het gras daar groener was

ik vergat het mijne steeds te maaien

 

Bij de gedachte dat het leven anders had gekund

werd de last op haar schouders steeds groter

 

In een aanleunwoning in Leek, aan de Grouw

doet een oude vrouw een groene schemerlamp met ruches aan

bloemetjespyama, geen krulspelden dit keer, ze hupt in een hoog-laagbed

de wekker niet gezet, ze ziet geen reden voor ontwaken

ze hoop dat de nacht haar niet spaart, vaak is deze te vriendelijk

 

het donker is mijn vriend

ik vond dat ik het licht niet had verdiend

zo had ik als kind gehoord

erin geslagen

in de hoek gegooid

te dik geweest, goed materiaal voor een pester

 

Bij de gedachte dat het leven anders had gekund

was de keuze nog nooit zo snel gemaakt

 

In een aanleunwoning in Leek, aan de Grouw

is een oude vrouw in een bloemetjespyama heengevlogen

haar in de war, normaal zat het keurig in de krul, heel mooi

haar kamer nooit een zooi, nu foto’s aan de muur, op de grond

brieven uit een ver verleden en 1 gisteren geschreven;

 

had ik genoten van het nu in het leven

dan had ik geweten hoeveel moois het me heeft gegeven

het verleden voedde mijn pijn,

de gedachte aan de toekomst

vertroebelde mijn geweten

de zoektocht naar rust, heeft me de dood gebracht

 

Bij de gedachte dat het leven anders had gekund

was het zwijgen ontstaan

 

In een aanleunwoning in Leek, aan de Grouw

wordt een oude vrouw, in een beukenhoutenkist

of misschien was het eiken, de rouwauto ingetild

‘ dit was niet wat ze had gewild’ , -is oma dood-

vraagt een kind tussendoor, ‘ moeder wilde niet meer’,

ze danst nu boven de wolken

 

ze schrikt, een vrouw van 40, ontwaakt

uit een diepe slaap

kijkt naar haar handen

geen oudersdomsvlekken

rent naar het raam, haar eigen tuin

ook het hoog-laagbed is verdwenen, enigszins jammer

 

Bij de gedachte dat het leven anders had gekund

denkt ze ja, dat had gekund, maar zo is het nu eenmaal niet gegaan

 

In een rijtjeswoning in Leek, aan de Grouw

woont een vrouw, jaar of 40 of iets jonger misschien

moeilijk te zien, maar ze lacht, kinderen om haar heen

even een kleine worsteling in haar ogen, totdat haar blik zicht went

tot een prent aan de muur: oude vrouw, in bloemetjespyama, daaronder geschreven

 

Meer dan carrière, heeft het leven

meer dan alleen het verleden heeft het te geven

meer dan faam, meer dan applaus

of “wat dan – als in de toekomst”

cliché en toch te veel suiker, soms te veel citroen

het leven is als zoete liefdesliedjes, dramatische ballads

 

Bij de gedachte dat het leven anders had gekund

denkt ze ja, en?

 

De tijd is nu..

 

© wendyvanschaik2018

Op-af

Je denkt dat ik de wereld dragen kan

Ik standvastig op de aarde sta

Dat niets mij te veel is

Mijn energiebron onuitputtelijk

Maar ik ben leeg

Met lege handen

Hangende schouders

Wordt de onrust mij te veel

 

Blote voeten op het tapijt

Probeer ik de grond te voelen

Te ademen, te vinden de tijd

om alles hoog te houden

Wankelend op 1 been balanceer ik

vlak voor de val

Met lege handen

Hangende schouders

Wordt de onrust mij te veel

 

Je denkt dat je alles aan me kunt geven

dat ik het wel dragen kan

Omdat alles mogelijk is

Halfvol is het startpunt

Maar ik ben leeg

Op, af, moe

Met lege handen

Hangende schouders

Wordt de onrust mij te veel

 

Je denkt dat het goed komt

Dat dit wel heelt

Dat heeft de tijd altijd nog gedaan

Mijn klok is gestopt met tikken

De wijzers zijn vermoeid

gaan geen seconde meer voort

en met lege handen

Hangende schouders

Wordt de onrust mij te veel

Vraag ik je of je helpt te dragen

Het allerliefst het zwaarste deel

Met lege handen

Hangende schouders

Ben ik op af en moe

Vraag ik je mij te dragen

Het is voor mij te veel

 

©wendyvanschaik2017