Meanderen

ik was weer opgestaan
en weer gevallen
ineens was het helder
ons leven kan zo niet blijven gaan
de wegen blijven hobbelig
onbegaanbaar soms
als woestenij
ik weet
het is ik en jij
en toch hoe het was
is nu voorbij
de wonden zijn te groot
om opnieuw te beginnen
ik kan jouw herstel niet dwingen

het leven heeft gekozen
voor dit pad
een gat, in mijn hart
en een deuk in jouw ziel
ik kniel 
vouw mijn handen
voel me leeg
want toen ik sprak
was het alles dat zweeg

alsof mijn handen het onheil had gegrepen
ik zou het hebben begrepen
als jij de keus had gemaakt om te gaan

maar nu

ik bij jou vandaan
hoor ik de stemmen spreken
die mij de keuze verweten
ze zeggen;

of ik niet ben vergeten
dat echte liefde voor altijd is…

het is verwarrend in mijn hoofd
ik heb jou ja beloofd
mijn gedachten verdwalen in het donker
door mijn falen, ben ik mijn grootste
aanklager, mijn jager
die mijn beslissing keer op keer
weer afschiet
en mijn verdriet
heeft in het oordeel geen plaats

ik ben opgestaan
maar gevallen
bij je weggegaan
mijn adem kon niet meer stromen

in naïeve dromen
begint alles opnieuw
is alles
een lang, gelukkig leven
lijkt alles voor even
weer:

voor de waarheid,
de echtheid,
voor de donkere dagen..
dat ons glas brak
duizend stukken op zeil 
tekenen duizenden vragen

Ik heb gezocht
gezworven
de regels geschonden
het antwoord gevonden;

ik mag grenzen, ik mag leven
ik mag om mezelf geven, 
ademen, kiezen
ik mag van mezelf verliezen
daarin de sterkste zijn
de lijn
mag meanderen
ik mag wandelen
lopen
ik mag hopen
op uitgestrekte velden
vol bloemen
vol bomen,
ik mag vrucht dragen
leren genieten van de dagen
ik mag vragen
om ruimte
ik mag vallen
weer opstaan
gevouwen zijn mijn handen
dat de waarheid mag landen
dat in gebrokenheid
er ook heling bestaat

de mensen blijven wijzen, fluisterend praten
maar ik heb hun oordeel achter me gelaten
gefaald of niet gefaald
ik raak niet meer verdwaald
er is liefde in mijn hart neergedaald
Licht verwarmd mijn huid
heeft uitgewist mijn zelfverwijt
de boom staat weer in bloei
de bloesem komt uit;
van schuldgevoel bevrijd

 

 

©wendyvanschaik2019

 

 

ADEM

in de stilte van mijn kamer
hoor ik niets anders dan mijn
adem
in 
uit

het versnelt 
het hart kloppend in mijn keel
wanneer ik te veel
denk aan:
de laatste 
zucht
van de lucht 
die ik inhaleer
of dat er dan
niets is
of
zomaar iets is
iets onbeschrijfelijk donkers
dat in mijn hart zal vallen 
dat ik ineens wegren
dat ik dan niet meer weet 
zelfs vergeet 
dat ik ook van waarde ben,

dat ik dan jou zie staan
het is met afkeur 
met grimmigheid kijk jij mij aan
mijn adem stokt
mijn stem verstilt;
de twijfel slaat in
ben ik gewild ?
op de grond waar ik sta
mag ik nemen van de lucht
waar ik ga
ik verstik mezelf met jouw oordeel
ben ik te weinig,
ben ik genoeg, 
ben ik te veel? 
de tijd tikt de uren van de klok
mijn hart raast
terwijl ik in alle haast,
mijn rust probeer te bewaren

als een corset trek jij
mijn grenzen aan
ik stik
binnen kaders 
ben ik zonder levenslucht
geen zucht
wind die daar waait
het is de ruimte die adem 
geeft
ik knip het lint
de waarheid verslint
jouw leugens

in de stilte van mijn kamer
hoor ik niets anders dan mijn
adem
in 
uit
krachtig 
levensadem in mijn neus
mijn longen vullen zich met lucht
mijn hart wordt licht
en ik verzucht:
zolang mijn adem stroomt 
heeft mijn leven zin

©️Wendyvanschaik2019

ongemak

er zijn wel meer dan duizenden mensen
dik, dun, blond, bruin
kort, lang, onthaard en ongeschoren
getatoeëerd van top tot teen
gepierced van onder tot in hun oren

al die mensen meer dan honderden klachten
klagen steen en been
gemopper , gedonder en verachten
medemensen waar het wel vaart
zitten op bemoeienissen niet te wachten

en dan in zo’n kleine ruimte
met te dikke billen of zwetend, hoestend
dicht bij elkaar gepropt op plastic stoelen
wachtend op het roepen van hun naam -kijkt de mens elkaar aan:
wat kunnen we ons toch allemaal allemachtig hondsberoerd voelen.

verbroedering door een breuk
in de ellepijp , druk op de borst,
soa, griep of pijn in het gemacht
de mens vindt elkaar in het leed van de ander
dan knikken de hoofden
wordt het ongemak een tikkeltje verzacht

tot eenmaal buiten de deur
met recept in de hand
al haast genezen van onze last
maken we het leven van de ander weer zuur
want dit ongemak – het is niet te genezen-
we zitten nu eenmaal in onze nare gewoontes vast

 

©wendyvanschaik2018

Smeken

Ik zie
dat jij lacht
dat jij hoont
dat jij vol onbegrip
jouw denken in mijn hart wilt leggen

Ik hoor
dat jij spreekt
dat jij verbiedt
dat jij hooghartig vermaand
mijn vrede in het diepst van mijn ziel

Ik voel
dat jij verwerpt
dat jij wegduwt
dat jij me afwijst
omdat ik anders dan jij het pad bewandel
Maar mijn diepste vrede
die ik vind in Hem, die in mij is
waarin ik mijn Schuilplaats vind
zal jij nooit kunnen roven
nooit kunnen roven,
door te kijken, te spreken en te veroordelen

Ik loop mijn weg met Hem in Zijn voetspoor
het pad dat Hij voor mij heeft gemaakt
Laat dan mij mijn weg lopen
ook al is dat de jouwe niet
Als jij mijn pad als doodlopend ziet
draai je dan om
In plaats van mij te verscheuren temidden van de arena.
Waarin mijn woorden toch stil vallen tegenover jouw oordelen.

Want put jij niet uit dezelfde bron als ik?
Ben jij niet afhankelijk van dezelfde troost als ik?
Uiteindelijk als jouw pad eindigt,
zoals ook mijn weg ooit eindigen zal,
drink jij dan niet dezelfde beker leeg als ik?
Zijn jouw wortels niet gegrond in dezelfde aarde als de mijne
waardoor ook ik vrucht dragen mag?
Is het dan niet de genade,
de vergeving,
wat ook jouw ziel tot rust brengt?
Dan smeek ik:
Laat ons dan in Godsnaam in vrede naast elkaar leven…

 

 

©wendyvanschaik2017