Willen, dromen, verlangen

Weet je wat het is.
Het allerliefst wil ik wat de ander heeft.
Iemand schrijft mee aan een boek: dat wil ik ook.
Beter nog; iemand schrijft zelf een boek: dat wil ik ook.
Iemand spreekt in volle zalen: dat wil ook.
Leuker nog; iemand heeft een eigen theaterprogramma: dat wil ook.
Iemand studeert Theologie, iemand geeft cursussen, iemand organiseert events; ik ook, ik ook, ik ook.


Gretig scrol ik door mijn tijdlijn op Facebook en Instagram om al dat mooie leven van de ander te absorberen.Wat een leuk huis, wat een leuke man, wat een leuke kinderen, wat een leuke..

‘Mam! Kijk eens naar..’
‘SSt, ik ben bezig’.
Wat een leuk figuur, wat een leuke post, wat een leuke vrienden.

‘Mahaaam! Kijk eens naar mijn..’
‘Stil, nou even, je ziet toch dat ik bezig ben!’
Waarom vragen ze mij nooit om een boek te schrijven, waarom is mijn huis nooit opgeruimd, waarom heeft zij dat wel en ik niet.

‘MAMA!’
‘Ja, WAT is er nou!’
‘Heb ik gemaakt’
Ik scrol mijn blik over de tekening van mijn dochter.
Een man met een baard, een ietwat dikkige moeder, 4 kinderen op een rij. Een huis vol kleuren en een hond.
Op de hond na staat mijn leven op een wit a4.

‘Ja, je moest tekenen waar je gelukkig van wordt.’
‘Oh, word je niet gelukkig van een ipad, of heel veel kadootjes, of van wonen in een kasteel of uuh…’
‘Jawel, maar je moest doen waar je echt gelukkig van wordt, dus ik tekende dit.
’Ik kijk mijn 8-jarige dochter in haar donkerblauwe grote kijkers en haar gezicht spreekt een ‘dat is toch logisch’ uit.
Maar het gaat mijn logica voorbij.

‘Je wordt gelukkig van ons’
‘Ja’
‘Het aller gelukkigst’
‘Ja’
‘Echt’
‘Hoezo, is dit niet goed ofzo’
Ik schud beschamend mijn hoofd.
‘Dit’ , zeg ik terwijl ik de tekening voor mijn gezicht houd, ‘dit is heel goed. Beter is er niet’

Ik bekijk de tekening nog eens goed.
‘Mag ik het houden?
‘Mijn dochter haalt haar schouders op. ‘Ja hoor’
Ik hang het op het prikbord.


Er is niets mis met iets willen, met verlangen, met dromen.
Maar laat mijn wil zich ook verwonderen over wat er al is bereikt.
Laat mij leren verlangen in tevredenheid.
En laat mij dromen in de dankbare werkelijkheid die ik al bezit.


©wendyvanschaik2019

Wachtend in de rij bij de kassa

We stonden in de rij , beurs in haar gerimpelde hand,
een oude vrouw keek blij naar de boodschappen op de band.
Haar blik ving die van mij en haar mondhoeken gingen omhoog.

Het was ineens dat ik zei:
” nou mevrouw lekker weertje het is droog ,
alles wel? Alles goed?”

Ze zuchtte:
“ach, de tijd gaat snel, als je in je leven niet mag, maar veel moet
vroeger; aardappels rooien, werken op het veld
van de hand in de mand gooien
en dan welgeteld
net je brood kunnen kopen van je zuurverdiende geld
kool op het vuur, ketel op de kachel
niet te veel , dat is te duur en met pijn in de rug waggel
je naar de bedstee, naast je man
en heel gedwee bid je dan;
ach Heer als ik de morgen halen kan
zal ik U dankbaar zijn ,
zodat ik met pijne voeten,  ruwe handen,
wroetend in moeder aarde
de bieten gooiend van de grond in de manden ,
kan zeggen ook dit harde leven is van waarde”

Grijze haren warrig in een knot, een gebogen rug ,
schuifelende voeten naar de kassajuffrouw,
ogen omringt door kraaienpootjes kijken nog even in de mijne terug.
Ik denk was ik maar zo intens dankbaar als u oude mevrouw.
Moest ik in de aarde wroeten,
met gebogen rug en kapotte voeten
en keek ik terug,  kon ik dan evenzo dankbaar zijn voor dat leven
als wat mij nu is gegeven…
Maar mijn hoofd weet dat mijn hart vergeet te kijken naar dat wat ik heb,
het danken weet te ontwijken, de handen te weinig vouw.
Ach, kon ik maar zo dankbaar zijn, als u  mevrouw…

© wendyvanschaik2018