Geborgen

Mijn oor hoort jouw adem,
Mijn adem ademt mee
Zachtjes jouw hand in mijn hand, en gedwee
aai ik jouw hoofd
Jouw neus, een kusje, heel teder en klein
Mijn hart klopt in jouw maat, simpel samen te zijn
Voor even, heel even, heel eventjes lang
Mijn oor hoort jouw adem..
Zo ben ik nooit bang
Met mijn hoofd op de jouwe, zo heel dichtbij
Ademen we vrede op aarde
Is de wereld eventjes ik en jij

©wendyvanschaik2015

Stille vrede

Angst smelt als sneeuw voor de zon
Schaamte neemt haar sluier af
Onrust legt haar hoofd te ruste
Jaloezie dankt uit tevredenheid

De tong zwijgt, het hart juicht
De ziel vindt verkoeling bij levend water
De chaos kalmeert door stille woorden

Boosheid verzacht en legt haar wapens neer
De verdediging staat met open handen
Bitterheid wordt gezoet door stromen van liefde
Haat ontdooit door genade alleen

En wanneer er in de stilte er alleen ruimte is, de tijd even niet meer lijkt te tikken, leef ik even in de eeuwigheid.

©Wendy van Schaik 2014

Lievelingen

Mijn lief, lief ik het allerliefst van allemaal
Mijn lief, mijn lievelingen, mijn hartendieven,
Mijn allermooiste, het dierbaarste, het grootste
Mijn roze, mijn blauw, mijn hoog, mijn laag
Mijn lach, mijn traan, mijn hart in jou
Ik heb je, ik geef je, ik houd je in mijn diepste
In mijn ziel, in mijn zalig geluk, in mijn mooiste dromen
Lief ik jou, het allerliefst van allemaal…

©WendyvanSchaik2014

Troostende wind

Dan kabbelde ze
Ze kabbelde in een bootje
Woei, waaide, vaarde
Hoog, over de golven
Haar ogen dicht, de wind
De wind streelde haar haar
En koelde de verzengende brandende hitte op haar huid

En hij, hij kabbelde mee
Zat bij haar voeten
Kietelde, haar tenen
Een sprietje,
Hij lachte zijn tanden bloot
Zij bloosde, hij had haar lief
De zon verwarmde nog meer dan dat zij al hadden gevierd

Het licht bleef
Stralen schitterden
de donker wolken zouden ze niet kennen
Want het donker vond hen niet
Zij schuilden samen
Muisstil en onaantastbaar
Begroeven zich diep in hun liefde

En zo was het mooi gebleven
Zo was het goed gegaan
Zo hadden ze het kunnen pakken
Vasthouden
Grijpen
Houd het vast!
Laat niet los!
Gooi het anker uit!
Laat de liefde niet zinken in de oceaan..

Ze kabbelden…
Kabbelden naar een stroming verveling
Frisse winden waaiden verder
de kou vond zijn weg in het hart
Het gevecht van loslaten;
“Ga niet weg, blijf bij me”
Maar de liefde had besloten een andere richting in te varen…

Dus kabbelde ze
Ze kabbelde verder
Zoekend, in een bootje
Het stormde, brieste, waaide
Haar hart roepend naar hem
Haar ogen dicht,
En de wind
De wind streelde troostend haar haar

©Wendyvanschaik2014