We gaan


pak je tas
we gaan
maakt me niet uit naar waar
start de motor
blaas het vuur in je hart aan
we gaan
we gaan
rijd zover als je kunt
ramen open
blik vooruit
pak mijn hand
ontmoet me in jouw ogen
rijd naar verder dan wij kunnen denken
naar oceanen mijlenver
naar rotspartijen
waar zeeën woest vrijen met de kust
pak mijn hart met beide handen
houd het vast
neem me mee
naar avonturen waarvan ik dacht
dat ik ze niet zou beleven 
de weg is van ons
vrijheid waait door onze haren
pak je tas
we gaan

we gaan


——-

©️Wendy

Vol leven

dus ineens word ik wakker
ik rek me uit
ik ben helderder dan ooit
voel in het diepst van mijn vezels
besluit 
dat ik nooit meer iemand
onder mijn huid laat kruipen
ik sta op
blote tenen wiebelen in het kleed
shirt over mijn hoofd
lach omdat ik mezelf
trouw heb beloofd
stap naar buiten in de sneeuw
kippenvel tekent mijn naakte lijf
ik adem in en spring
de dag is nog nooit zo verfrissend 
vol leven geweest 

——————

©wendy


Slenteren

slenter me zacht

ik wacht

op de dag

dat ik misschien

met jou mag

dwalen

in het niets moeten

schrijven we eigen verhalen

over wat eerst onmogelijk leek

en dan toch in onze handen ligt

Wat het is

ze heeft een kamer en een gespreid bed
lichten aan, koffie gezet
hart open, gedachten op slot
verkeerd om, dat weet ze ook wel
het hart moet uit, want zij weet wat missen is
hij niet
het is niets
het is dit wat het is

hij slaapt, zij staart
zorgt dat ze dit moment bewaard
heeft zegeltjes vol liefde gespaard
ze begrijpt heus de onnozelheid
hij voelt niets
zij wel
ze heeft haar hart al klaargelegd
al heeft hij gezegd
het is niets

wakker voor de haan kraait
zij heeft zich nog eens omgedraaid
hij neemt een snelle douche
ze voelt wat leegte is, eenzaam en toch samen
maar alles is beter dan alleen
ze fluistert zacht wil je mijn hart bewaren
hij kijkt ernaar
het voelt te zwaar

de deur dicht
ochtendlicht door de ramen
ze blijft staren naar het bed
waar woest in werd gevreeën
en geslapen
nog even niet het verdriet
nog even niet de kater
ze hoopt misschien dat later
hartzeer niet zo ernstig is
ze het nog eens durft te vragen
dat ze voelt voor hem
of hij haar hart wil dragen


Meditatie

het kaarslicht danst op de wind
mij ogen sluiten zich

adem in
adem uit

ik adem in
ik adem uit

niets om me heen
doet ertoe
het is de wind
het is het licht en ik
adem in
adem uit
ik adem in
ik adem uit

ogen open
ik staar in de verte
naar nergens naartoe
hoofd leeg
hart moe van het voelen
ik wil gevoelloos zijn
want ik voel steeds het ritme van de ander
in mijn hoofd is het nooit stil
gedachten die als golven blijven komen
ik duw en trek
constant de focus op wat de ander wil
als een kat en muisspel

dus ik verlicht
sluit mijn ogen

adem in
adem uit

ik adem in
ik adem uit
niets om me heen
doet ertoe
het is de wind
het is het licht en ik
adem in
adem uit
ik adem in
en stop
alles wordt helder
ademstilte in de ruis van het leven
wanneer mijn oren suizen
neem ik het besluit
om nooit meer mezelf tevergeefs te geven

RAUW

ik denk dat ik rouw
ik slaap al nachten niet
staar lusteloos naar jouw onbeslapen plek
ik wilde je goedenacht zoenen
tegen je aankruipen
maar omhelsde een kussen
duwde mijn neus erin
en inhaleerde diep

je geur is er nog
je trui hangt over de stoel
ik moet je onderbroeken nog opvouwen
dat deed ik eigenlijk nooit
ik propte ze gewoon in je la
dat vond je vervelend

alle normale dingen
zijn nu vreemd
alle gevoelens
zijn met jou gestorven
ik weet niet waar ik je moet vinden
of hoe ik moet voelen
wanneer ik moet rusten
ik ben wakker als ik slaap
ik ben slapend wakker

alles voelt rauw
nu ik rouw om jou

In het voorbij

ach lief, lief
ik had je zo lief, lief
alle nachten,
alle dagen,
dat we lachten en zeiden
jij en ik
ik en jij
niemand komt voorbij aan ons geluk

neem mijn hand dan
houd me vast dan
als alles kan
kan jij ons dan weer maken
als alles kan
dan kunnen wij weer gemaakt

zoals die keer
dat je schreef dat-
toen ik teveel wijn
en beschonken was
en jij lachte om mijn dubbelzinnigheid
ik te impulsief mijn lippen op de jouwe drukte
jij mijn haar uit mijn gezicht streelde-
dat je schreef
hoe verschillend we zijn,
de kosmos ons toch wel samen brengt

nu
jij hebt het schrijven achter je gelaten
het papier blijft wit
ons samen is zwart
lief, hoe dan
lief
hoe het kan
dat al het geluk voorbij is.



L O S

ze wil loskomen van jou
ze zucht condens op de ramen
tekent gebroken hartjes, die je in dagboeken schrijft
jij zit ingewikkeld in haar bestaan
in haar hoofd was het meer dan
nutteloos gevrij op onbekende plekken
ze veegt het raam schoon
schenkt een glas wijn
bevlekt haar witte blouse
trekt het uit
en staart naar haar lijf
ze ziet de handen nog over haar lichaam gaan
vervloekt haar naïviteit
in het zware leek dit het lichte
hoe dom kon ze zijn