Het verhaal van het Licht

Lang geleden, ver weg van vandaag
Was er niets, de aarde was leeg
Het was er donker en kil
Totdat God dacht: Licht dat is wat Ik wil
Wat God zei dat ging gebeuren
Het donker dook weg
Het Licht scheen zo hard als het kon
Zo ging het toen de wereld begon
God maakte de aarde heel erg mooi
Met bomen, water, lucht, en dieren
Een man en een vrouw, omdat God met meer wilde zijn
Alles was goed in het begin, het was er vredig en fijn

Toen ging er iets mis
De mensen waren niet tevreden
Ze waren vergeten dat God voor hen zou zorgen
De mens hield zich voor Hem verborgen
Zo leek het of het licht was gedoofd
Dat het donker had gewonnen
Er was pijn, wanhoop en verdriet
De mensen dachten is er dan geen God die ons ziet?
Zal God ons dan zijn vergeten?
Het is zo duister, waar moeten we heen?
Waarom is het hier zo kil en koud
Is er dan geen God die van ons houdt?
De mensen waren in de war
Op aarde werd het een zooitje
Ze wilden lang en gelukkig leven
Waar was het Licht gebleven?
Maar God zou altijd bij hun blijven
Hij zag de mensen worstelen daar op de aarde
Hij hield veel van de mens, van iedereen
Daarom stuurde Hij een heel groot Licht hierheen

dark

Lang geleden, ver weg van vandaag
Was er een mens, Jezus is zijn naam
Hij dacht de aarde is zo donker en kil
Het Licht zijn, dat is wat Ik wil
De mensen zal ik leren liefhebben
Ik zal mijn Licht laten schijnen
Een licht wat hoop  geeft, dat niet is te doven
Hemels Licht gezonden van boven
En het Licht dat begon als een kind zo klein
Groeide op op de aarde en scheen zo hard Hij kon
Overal waar Hij kwam bracht het vrede
was het Liefde wat Hij aan de mensen leerde
Zij namen nieuwsgierig zijn woorden aan
Volgden het Licht de wereld door
Maar er werd nog steeds gevochten en geroofd
Het donker gaf zich niet gewonnen: Het Licht moest worden gedoofd.

God, hoog in de hemel keek naar de aarde
en zag dat het niet goed was, de mens viel steeds weer
Hij moest de mensen redden, Hij zag de levens in nood
Zijn liefde voor de schepping was te groot
God wist wat Hij moest doen:
Hij moest een eeuwig Licht laten schijnen
Iets wat het donker nooit zou kunnen verslaan
Hij zag zijn gezonden Licht, tussen de mensen staan.
God moest het Licht wat Hij zo lief had laten doven
Met pijn in Zijn hart,
had Hij de woorden naar Hem uitgesproken:
Dat wat zeer goed was moet worden gebroken
Het stralende Licht voelde het donker om Hem heen
Gehoorzaam  liet Hij het toe
Langzaam liet Het Licht zich doven
Maar God had een plan: Hij liet niet alles roven

Het was duister, en leeg
Drie hopeloze dagen
Er was pijn, wanhoop en verdriet
De mensen dachten is er dan geen God die ons ziet?
Zal God ons dan zijn vergeten?
Het is zo donker, waar moeten we heen?
Waarom is het hier zo kil en koud
Is er dan geen God die van ons houdt?
Waar is het Licht,
wie heeft het gestolen
God schudde Zijn hoofd
Waren de mensen dan vergeten wat Hij hen had beloofd?

Diep in het donkerste duister was er licht heel klein
Het donker schrok, zoiets was daar nog nooit geweest
het sidderde en beefde, de stralen werden groter; dreef het duister uiteen
Het Licht begon steeds meer te schijnen: het donker vluchtte en verdween

Jezus keerde terug naar de aarde
De mensen zagen Hem stralender dan ooit
Ze wisten dit Eeuwige licht raken we nooit kwijt
Het Licht had het duister verslagen in de strijd
God zag de hoop in de wereld groeien
Zijn Zoon had de opdracht vervuld
Hij riep liefdevol Zijn naam, het is goed, het is volbracht
Het donker heeft verloren, in hem is geen enkele macht
Jezus keerde terug naar de Hemel
Maar liet de mensen niet alleen op aarde
Hij liet wat Hemels Licht achter om te helpen schijnen
Zodat de mensen samen het terugkerende donker weer konden laten verdwijnen

Hier en nu, gisteren vandaag en morgen
Zwerft het donker over de aarde
Wetend dat het heeft verloren maakt het de mensen koud en kil
Het brengt zoveel mogelijk duisternis, want dat is wat het wil
Maar het Hemels Licht helpt de mensen herinneren
aan een eeuwig Licht dat nooit meer dooft
Een licht dat Hoop heet, dat begon als een kind
Dat Liefde predikt: Een Eeuwig Licht dat in Vrede verbindt..
Alleen samen maakt de mens dat Licht groter
Strooit het lichtjes over de wereld uit
Door in Liefde te geven en te ontvangen
Door naar het Eeuwige Licht te verlangen
Zal het donker de wereld nooit volledig kunnen grijpen
Het donker zal altijd hebben verloren:
door in het Licht te geloven en te blijven staan
Zal de mens in iedere strijd de duisternis blijven verslaan.

©wendyvanschaik2016

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Donker vs Licht

Syrie -Afghanistan -Eritrea -Irak -Iran
16,1 miljoen mensen zijn hun land ontvlucht
16,1
40,8 miljoen mensen zijn ontheemd: op de vlucht in eigen land,
Geen thuis
Wat is een thuis als er geen plek is waar het veilig is

Het licht schijnt ..

Wat als je thuis niet veilig is?
Wat als de handen die je moeten beschermen de handen zijn die je verwoesten
Wanneer er geen liefdevol schild is die jou beschermt

Wat als er niemand thuis is?
Jouw eigen gerimpelde handen de enige zijn die je nog strelen
Jouw ogen de enige zijn die je blik vangen
De wijzers van de klok maar niet lijken te verstrijken
Wanneer je hart klopt maar je ziel leeg is

Het licht schijnt

Wat als jouw ramen verlicht zijn met het rood van lust en afgunst
Als jouw lichaam wordt gebruikt als een nietszeggend voorwerp
Loze belofen, pijnlijke teleurstellingen,
harde waarheden
Kille klanken, vlijmscherpe oordelen.

Wat als er geen plek meer is om een thuis te maken
De aarde uitgezogen, leeg
dat wat eerst gemaakt was om het leven te laten leven
Nu stervende is

Het licht schijnt

Thuis
Wat is deze wereld
Als we elkaar geen thuis geven
We online alles liken
Maar in de echte wereld elkaar geen blik waardig gunnen
Als de haat harder klinkt dan de lach
De lach gevuld is met afwijzingen
Als we elkaar niet meer horen
Maar alleen maar roepen, schreeuwen
Het uitschreeuwen
Wat als wij, samen, het licht niet meer kunnen vinden
Wij afstormen op de ondergang

Wat als er niemand thuis geeft
Ik mezelf verlies in een web van verleidingen,
niets anders hoor dan het snelle ritme van de jachtge maatschappij
meer, groter, mooier, beter, sneller, harder,
MEER, GROTER, MOOIER, BETER, SNELLER, HARDER
Mijn eigen ik, torenhoog boven alles uitsteekt
Mijn mening, mijn plekje, mijn gewin, mijn ik
Wat als we steeds meer gaan vragen, overvragen
onze vraag niet meer te stillen is
Als het antwoord zoek is
We dwalen
We wandelen in de duisternis
Ik zie het niet!

Het licht schijnt

Welk licht schijnt er dan in deze duisternis!

Lichtend licht
Stille rust
omgeven door vrede
In mijn luwte mag je schuilen
Mijn liefde kent geen grenzen
De woeste wateren maan Ik tot stilte
Mijn liefde is alles overstjgend
In jouw eenzaamheid ben Ik de ontmoeting
De vervulling in de leegte van je ziel
In de pijn wil Ik je wonden helen
Ik laat het duister niet over je heen komen

Mijn Licht zal de oordelen doen verstommen
Zoek me en je zal Mij vinden
Luister naar Mijn zachte stem
Leer Mijn stem verstaan
In het begin, in de duistere leegte
Riep Ik het licht
Zodat het nooit meer duister zou worden
Mijn Woord maakt levend

Wanneer je bij Mij bent
Zul je rust vinden
Leg je in vrede neer
In Mijn vrede
Ik laat het duister niet over je heen komen

Je bent geweven in de moederschoot
Ik heb je gezien
Vanaf het allereerste begin
Ik ben gekomen om jou te redden
Te geven, je te leren, je lief te hebben
Ik zal een thuis geven
een plaats om te rusten
Ik geef je vrede
Mijn vrede
Zoals de wereld jou niet geven kan

Wees niet ongerust
Verlies niet de moed
Houdt vast
Houdt hoop
Ik zal je niet verlaten
Nooit
Ik zal je niet verlaten
Blijf hopen op wat nog niet zichtbaar is
Blijf in afwachting volharden
Ik laat het duister niet over je heen komen
Nooit laat Ik het duister over je heen komen

Al voelt het als een last op je schouder
Al drukt het duister je neer
Wanneer alle hoop vervlogen lijkt…
Hoor mijn belofte:
Ik laat het duister niet over je heen komen
Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt heef op zijn weg geen duisternis te vrezen, maar zal het levenslicht bezitten.

Neem Mijn licht:
Deel Mijn licht uit;
deel uit en schijn

Schijn!
Het duister zal niet over je heen komen, het zal je niet verwoesten
Want Het licht schijnt in de de duisternis en het duister heef het niet in haar macht gekregen.

©wendyvanschaik2016

Monoloog van Maria: Liefdevolle hoop

Het dierbaarste wat je hebt gekregen verliezen.
Het gevoel dat alle hoop vervlogen is.
Kent u dat?

De dag begon  zoals altijd.
Met de eerste zonnestralen die het huis verlichtte.
Het teken om op te staan.
Ik besloot me nog even om te draaien,
de dag zou nog lang genoeg duren
Ik denk dat ik in bed zou blijven liggen als ik had geweten wat er mij die dag te wachten stond.
De plaats waar de wijzers van de klok stonden toen het felle licht in mijn huis verscheen ben ik vergeten
Het was voor mij alsof de tijd op dat moment stil stond

Heeft u wel eens een engel gezien?
Ik had er over gehoord, maar nog nooit 1 in het echt gezien.
U zult denken dat ik gek ben, misschien..

“ Ik wens je vrede toe”.
Dat was de openingszin
Terwijl ik nog aan het verwerken was wat ik zag en of dat wat ik zag geen droom was vertelde hij dat ik de gelukkigste was onder alle vrouwen.
Want ik zou Gods Zoon gaan dragen.
Een Zoon van de allerhoogste.

Het licht van de Engel deed pijn aan mijn ogen.
Ik probeerde het moment waarin ik was in mij op te nemen.
Maar mijn verstand won het van mijn gevoel.
Ik wilde beredeneren wat er gebeurde;

Wat?
Ik, een kind!
Er zat nog niet eens een ring om mijn vinger
en dan zou er al een kind in mijn buik groeien?

Voor God is niets onmogelijk, sprak de engel helder en vastberaden.
Wat God wil gebeurt,
het zal gebeuren.

De kamer vulde zich met onvoorstelbare liefde.
Het is moeilijk dat moment weer vast te kunnen pakken
Er kwam een diepe rust, een diepe vrede over mij.
Er restte mij niets anders dan te zeggen:
Goed, De Heer mag met mij doen wat Hij wil,
dus laat het maar gebeuren.

Toen moest ik het mijn verloofde nog vertellen.
Ik had wel een tipje van de sluier opgelicht, maar dat was niet zo goed gegaan.
Jozef wilde geen praatjes, hij had besloten om in stilte van mij te scheiden.
Gelukkig was de Engel zo praktisch geweest om het, na mijn poging,  Jozef ook maar te vertellen.
Dat scheelde een hoop discussie, verwijt en beschuldigingen.
En belangrijker nog, de engel had Jozef gerustgesteld en zijn liefde voor mij werd weer aangewakkerd; hij nam mij bij zich in huis.

De dagen daarna werden dagen die begonnen zoals altijd.
Met de eerste zonnestralen die het huis verlichtte.
Het teken om op te staan
Die dag was het de tijd om naar Jozefs geboortestad te trekken.
Hoogzwanger op een ezel langs bergen en langs dalen op weg naar Betlehem.
Eenmaal daar aangekomen, deed iedere herbergier de deur dicht.
Alles zat vol.
Ik was zo moe.
Jozef, zo vindingrijk als hij is, vond een plek, precies op tijd.

Want in die nacht was Hij daar.
Mijn zoon.
Mijn lieve kleine jongen.
Een Godswonder.

Niet lang na de bevalling moesten we vluchten.
Ons thuis was niet langer een veilige haven.
Met een kind van nog geen jaar gingen we op weg.
Ik probeerde te blijven vertrouwen dat God voor ons zou zorgen,
ik hoopte dat het goed zou komen.
Als je huis en haard achter moet laten, een gevaarlijke reis moet maken met de onzekerheid waar je terecht gaat komen en of je opgevangen zult worden,  dan is de hoop het enige waar je je aan vast kunt houden.
De hoop is dan het enige wat je op de been houdt.

Er werd voor ons gezorgd:
Hij groeide op.
De tijd ging te snel.
Het eerste lachje, de eerste stapjes,
de knuffels en de kusjes.
Hij werd ouder.
Door de jaren heen heeft Hij mij doen verbazen.
De wijsheid, de zelfstandigheid, maar vooral de ongelooflijke liefde voor de ander…

Misschien mag je het als moeder van de Zoon van God niet zeggen, maar wat was ik trots op Hem.
Ik had hem zo lief en met mij vele anderen.
Hij had wel eens gesproken over wie Hij werkelijk was.
De redder van de wereld.
Hij was mijn zoon.
Ja, hun redder, maar mijn zoon.

Ik had hem zo graag nog heel even, heel even bij mij willen houden.
Een mens hoort niet te lijden.
Een moeder hoort haar kind niet te zien lijden.
Een moeder hoort haar kind niet te begraven.
De diepe donkere leegte die dat verdriet brengt is zo groot.
Het was zo donker.
Alsof iemand het Licht van de hoop had uitgedaan.
Alsof de hoop vervlogen was..
Maar ik wist..

Het was in die nacht dat Hij ter wereld kwam.
Ineens was ik moeder.
Mijn zoon.
Mijn lieve kleine jongen.
Een Godswonder.
Ik nam Hem in mijn handen, ik tilde Hem op.
Mijn handen gevuld met Hoopvolle vrede.
En ik wist, dat hoe snel het tikken van de klok de tijd zou doen verstrijken,
dat wat er ook zou gebeuren,
de Liefdevolle hoop nooit vervlogen zou zijn..

©wendyvanschaik2016

Bloeipijn

Starend. Zo zat ze. Starend naar een kale tak van de amandelboom in de tuin. De blaadjes die eens de tak sierde, lieten zich gewillig meevoeren op de zucht van de wind. Ze vroeg zich af wanneer zo’n blaadje de beslissing nam om de sterke tak los te laten.
Of was er geen sprake van een keuze. Was er geen wil, maar een moeten. Was het de kracht van de wind die het blaadje brutaal van de tak afrukte. Cynische woorden maakte haar gedachten donker.
Sommige dingen gaan nu eenmaal stuk.

Ze scheurde de laatste foto uit het album en stond op. Haar lichaam voelde zwaar. Haar benen konden haar nauwelijks dragen. De avonden van piekeren hadden zijn tol geëist. De nachten waren gemeen geweest. Het maakte dat de leegte diep in haar nog meer voelbaar werd. Op weg naar de slaapkamer stapte ze over de scherven heen die op de grond lagen.
De herinnering waarin ze zichzelf in woede de spiegel van de kant zag halen en op de grond gooide, negeerde ze.
Sommige dingen worden nu eenmaal gebroken.

Ze stond zichzelf toe haar weer te begraven onder de donkere deken. Haar bed was haar veilige baarmoeder waar niemand bij kon. Geen goedbedoelde woorden, geen ogen vol medelijden die de hare zochten. Niets van dat al. Want al dat maakte de gebrokenheid alleen maar zwaarder. De wond die zij voelde was niet te helen.
Sommige dingen moeten nu eenmaal bloeden.

Ze zuchtte.. Het maakte dat de maalstroom aan gedachten minder werd. Haar buik bewoog op en neer, ze liet zich troosten door het ritme van haar adem.
Adem. Ruach. Het was de Levensadem die haar deed leven. Het leven waar ze nu de schoonheid niet van kon ontdekken. Alles leek vervallen, alles leek voor niets, alles leek verloren.
Sommige dingen heb je nu eenmaal gekregen om te verliezen.

In het prille voorjaar had alles zo mooi geleken. Zoals de amandelboom in prachtige bloei had gestaan, zo was de liefde de vrucht die bij hun tot bloei kwam.
Zij had in hem haar kleine geluk gevonden. “ Jij bent het beste wat me is overkomen en ik wil je nooit meer verliezen” , waren de woorden die hij vol liefde naar haar had uitgesproken, met daarop volgend een “ Ja, ik wil”. Ze hadden de liefde gevierd.
Het eerste jaar was zo mooi geweest. Ze had, hoewel ze bang was om weer bedrogen uit te komen, zich in volle overgave aan hem gegeven.
“ Ik geloof dat we bij elkaar zijn gebracht, dat geloof ik echt Anne”.

Haar maag keerde zich om bij de herinnering aan de woorden die hij had uitgesproken vlak voor haar ontdekking. Ze kroop dieper onder de dekens.
Wat heeft gebrokenheid voor zin. Wat is het nut van de pijn van een wond. Hoe stelp je een wond die alleen maar groter lijkt te worden naarmate de tijd tikt, in plaats dat het tikken van de tijd wonden hoort te helen. Ze proefde het zout van haar tranen. Wat een misere. Ze was de hoofdpersoon geworden in een drama die ze zelf nooit zou hebben geschreven. Graag zou ze een hartig woordje met de auteur spreken. Had er geen ander plottwist kunnen plaatsvinden. Ze had de pen graag zelf in de hand gehad.
Dan had ze haar zogenaamde grote liefde uit haar verhaal geschreven.
Sommige verhalen moeten nu eenmaal geschreven worden.

“ Stef? Kom eens, er staat iets raars op de computer, ik denk dat je even moet komen”.
Dat waren de eerste woorden die ze had gesproken toen de naakte lichamen op het beeldscherm verschenen en dingen lieten zien waarvan zij niet eens wist dat het kon. Ze was niet zozeer geschrokken bij het beeld van naakte mensen die elkaar wellustig vastgrepen, maar meer van Stefs’ reactie.
Hij had als bevroren in de deuropening gestaan. Zijn blik verstarde, zijn armen hingen stijf langs zijn lichaam.
“ Stef?, kan je even helpen?” had ze gezegd, in de hoop dat ze daarmee de gedachte, dat dit niet de eerste keer was dat hij dit zag, in haar hoofd zou verdringen.
“Hey, wat sta je daar nou stom?” lachte ze nerveus.
Hij liep naar de computer, drukte het beeldscherm uit en met hetzelfde tempo liep hij de woonkamer weer in.
Ze liep hem achterna. “ Moet je mij wat vertellen?” “ Is dit van jou?” “Of is het weer een raar virus op onze computer?”
“Wilde je wat inspiratie op doen?” Ze wist hoe onnozel het klonk.
“ Stef? Waarom zeg je niets?”. Hij stapte bij haar vandaan. “ Ik moet even weg”.
Ze voelde de tranen opkomen. “ Even weg?…” Haar adem stokte, de woorden die ze anders zo makkelijk kon vinden waren verdwenen, het leek of haar hart stopte met kloppen, ze wilde haar handen op haar oren leggen en heel hard schreeuwen zodat zij zijn antwoord niet zou horen.
“ Anne, ik heb een heel groot probleem en dat probleem is nu van ons samen”
De amandelboom die zo mooi bloeide werd meedogenloos gesnoeid.  Hij was de brutale wind die het blad keihard van de tak had afgerukt.
“Een probleem?..”

De bel ging. Ze sleepte zichzelf uit bed, slofte naar de deur en gooide deze open.
Daar stond de dader. Er was geen uur voorbij gegaan dat zij geen woorden van oordeel over hem had uitgesproken.
Hij stond als geknakt riet voor haar.
Ze voelde diep in haar hoe de woede het gevecht aanging met haar eigen pijn en het verlangen om iets van de wil van vergeven te ervaren.
Ze ving zijn blik van schuld en berouw, ze wilde hem niet breken.
De strijd diep in haar ziel was heftiger dan het de afgelopen dagen was geweest en toch was het anders; een zachte stem die haar toesprak, die de donkere gedachten deed verstommen.
Uit haar hartenpijn bloeide genade.
Sommige dingen verdienen een kans; Gebrokenheid verdient een kans om geheeld te worden.

“ Kom binnen…”  zei ze.

©wendyvanschaik oktober 2016

Ik, verdorven Hipsterchristen

Lauw.
Niet heet.
Niet in vuur en vlam.
Geen volle, vurige Christen.
Daarnaast trek ik muren op en sta ik mijn eigen Christelijke groei in de weg.

Bovenstaande zijn een aantal woorden die ik gisteren over mij uitgegoten kreeg.
Ik was compleet van slag. Niet van verdriet, maar van woede.
Alhoewel ik wel een traantje heb gelaten: de woede moet er toch op de een of andere manier uit.

Misschien was het mijn eigen fout.
Ik zeg wat ik denk en wat ik voel. Bam, het ligt zo op straat, of in dit geval op Facebook.
Mijn moeder zei vroeger al tegen me dat ik niet altijd het achterste van mijn tong moet laten zien.

Dat wilde ik ook niet. Heus niet. Toen ik de opmerking in kwestie las heb ik heel lang gewacht om een reactie te geven. Sterker nog, ik ging in hevige discussie met mijzelf. Mijn veilige onzekere ik begon met het afsteken van argumenten,
” Nee, nee, je doet het niet. Laat mensen denken wat ze willen denken. Bewaar nu maar de lieve vrede en houd je in. Bovendien, iedereen kan meelezen. Wat zouden deze mensen wel niet van je denken. Afgelopen zondag stond je nog in een kerkdienst op een podium je theatraal uit te leven. Houd je mond, denk na en houd je mond.”  

Helaas is mijn recalcitrante ik meestal sterker. Ze wil zich niet bewust afzetten tegen de regels, maar het is nu eenmaal zo dat zij de dingen soms echt anders ziet; Ze schopt misschien soms tegen heilige huisjes aan,  maar wel met een groot gevoel voor liefde en vrede. Ze wil alles openbreken. Alles moet bespreekbaar zijn, niets mag bedekt worden. Nee. Dan liever krijsend, vechtend, rauw in discussie samen ten onder, om daarna elkaar weer te vinden, elkaars verschil in mening te accepteren en daarin samen 1 te zijn. Het is niet dat zij vindt dat ze gelijk heeft. Ze weet heus wel dat deze aanpak niet altijd het meest handige is. Maar zij is nogal aanwezig.
“Misschien kan je iets van naastenliefde en acceptatie van de ander laten doorschemeren, misschien kan je iets van mildheid lospeuteren bij de ander”.

Ik klikte Facebook weer weg. Wat een onzin om daar nu mijn energie in te gaan steken, laat ik maar een boek gaan lezen. Ik probeerde mijn concentratie bij het boek te houden, maar de reacties op de desbetreffende facebookstatus lieten me niet los. Steeds bracht ik mijn aandacht weer terug naar de pagina in mijn boek waar ik al vijftien minuten naar aan het staren was.

” Ok, een kleine reactie kan geen kwaad”

De kwestie waar ik mijn hoofd over aan het breken was, was een kwestie over Halloween. In de christenwereld over het algemeen ” NOT DONE”. Immers, Christenen vieren het eeuwige leven en niet de dood. Even losstaand over wat iemand nu van Halloween vindt, het ging me niet eens over die discussie. Wat mij raakte was de manier waarover de Anti-Halloweeners spraken over mensen (Christenen) die wel Halloween vierden. Die kwamen er niet goed van af. Laat ik het zo zeggen: Ik zag de stenen voorbij vliegen (denkend aan wie zonder zonde is werpe de eerste steen).

Mijn taak in dit Facebookstaartje, vond mijn recalcitrante ik, was om op te roepen niet te oordelen, maar mensen de ruimte te geven om zelf een keuze te maken en daarmee in gesprek te gaan als je het niet begrijpt. Toen was het hek van de dam. Mijn reactie was de reden waarom kerken leeglopen. Door mijn overdreven liefdevolle reactie, zijn kerken te zacht geworden en krijgt het duister de ruimte om mensen te pakken.

Na die reactie raakte ik al aardig aan de kook. Mijn voorzichtige ik begon weer zacht te spreken:
“Rond het gesprek maar af, dit gaat je te diep raken. Deze mensen reageren ook vanuit hun liefde voor hun geloof, je komt nooit op 1 lijn met hen”.

Ik besloot te luisteren naar die zachte stem, aangezien ik had geleerd dat een fluistering vaak de wijsheid in pacht heeft. Als reactie op de vermaning dat ik liefde als mantel gebruikte gaf ik beleefd aan dat ik niet in discussie wilde hierover en dat ik ze nog een fijne dag wenste..

Ja.
Uuh nee.
Of in ieder geval fout geantwoord dus. Want nu was ik iemand die muren optrok, mijn eigen Christelijke groei in de weg stond en mij snel veroordeeld voelde. Daarnaast kreeg ik nog een privebericht dat ik een verdorven Christen was en mij snel weer moest keren tot het Licht.

Zo.

Ik ben een verdorven Christen. Aan dat idee moest ik even wennen. Nadat mijn woede wat was gezakt en ik tegen mijzelf zei dat dit ook gewoon mensen zijn met hun eigen meningen en zij oprecht mijn standpunt niet kunnen begrijpen. En nadat ik een aantal keren diep adem had gehaald, herhaalde ik de woorden van de mevrouw met de wijzende vinger een paar keer hardop.

” Ik ben een verdorven Christen”.
” Een verdorven Christen”.

Toen ik eindelijk aan dat idee gewend was, dat wanneer je liefdevol en zonder oordeel in de wereld probeert te staan je een verdorven Christen bent, kwam er een andere sticker op mijn pad. Dat van Christenhipster.

Ewout Klei en co publiceerde in de opinie van het Algemeen Dagblad dat er Christenen zijn die de blijde boodschap op een hippe manier naar buiten willen brengen.  Dat hipsterchristenen zich gedwongen voelen om afstand te nemen van de intolerante elementen uit het christendom (o.a. homoseksualiteit, samenwonen) en dat het vooral draait om de schone schijn en het imago.

Zo. BAM. Op 1 dag voelde ik een veroordeling uit twee verschillende hoeken die ook nog eens lijnrecht tegen over elkaar staan als het gaat om ” het geloof” .

Even dacht ik terug aan de mevrouw uit de Halloween-discussie. Misschien voelde ik me inderdaad wel snel veroordeeld. Maar ik kon er niets aan doen dit zo te voelen.

Volgens de 1 ben ik een verdorven Christen en de ander noemt mij een HipsterChristen, als ik de definitie van dat woord moet geloven.

Want ja: ik ben niet tegen homoseksualiteit. Wanneer mensen samenwonen vind ik dat ze dat zelf moeten weten. Ik zou nooit tegen beide partijen zeggen dat ze, bijvoorbeeld, niet aan het avondmaal mogen.Natuurlijk zou ik hier en nu kunnen beweren dat ik dat wel ben. Ik zou dat kunnen beweren omdat ik weet dat er straks mensen zijn die dit lezen en die naar de kerk gaan waar ik zondags ook vertoef: maar dan zou ik liegen. Dan zou ik woorden spreken die in mijn hart niet leven.
Ik wil transparant zijn. Eerlijk. Niks geen schone schijn. Niks geen hip gedoe om het Christendom populair te maken, of om te laten zien dat het Christendom heus wel tolerant is.

Ik geloof in een Schepper. In God. Ik geloof in het bestaan van Jezus. Dat Hij heeft geleefd, is gestorven en weer is opgestaan. Ik geloof in genade. Genade waarin ik mag rusten en weten dat deze genade er altijd is. Voor iedereen. Voor de Christen die verkleed als heks vrolijk mee doet aan het Halloween festijn, voor de homo die verliefd is op zijn ware liefde, voor tante Truus die na de kerkdienst met Tante Jacoba aan het roddelen is over Tante Ko die het laatste lied wel heel erg vals zong.
Genade voor de vrouw die mij verdorven vindt. Genade die ik mag ontvangen en weer uitdelen.
Boven alles geloof ik dat de God waarin ik geloof mijn gedachten kent, en dat Hij weet wat er in mijn hart leeft. Zou ik dan het ene spreken, terwijl mijn hart, mijn zijn, anders denkt? Of worstelt met bepaalde dingen? Wie houd ik dan voor de gek?

Ik ben mens.
Punt.
Ik drink, ik eet, ik slaap, ik schijt, ik heb lief, ik vloek, ik schaam me, ik bid, ik dank, ik vraag om vergeving, ik leer, ik dank, ik bid, bid om meer liefde in mijn hart voor alle mensen. ALLE mensen.
Ik bid dat het veroordelen en oordelen van mensen ver bij mij vandaan zal blijven. Dat wanneer ik dat wel doe, er mensen zijn met lef die mij een spiegel voor houden.
Ik bid voor mildheid voor mijzelf en voor de ander.
Dat ik vanuit die mildheid vrede kan uitdelen.

Ik bid dat ik in hemelsnaam meer op Jezus mag gaan lijken.
Dat ik de hoer, de tollenaar, de verlamde, de geestenzieke, de gevangene, de ontaarde gelovige zie en dat ik zeg: Ik zal met je eten, ik zal je helpen, ik zal je kleden, ik zal je liefde geven, ik zal je brengen bij de tafel van Hem, die zelf meer dan alles heeft ondergaan voor jou, voor mij.  Hij, Die mens was:  samen zullen we Zijn maaltijd nuttigen.

En ik dank, ik dank uit de grond van mijn hart dat ik, verdorven, Hipsterchristen ten diepste weet dat ik geliefd ben, door alles heen.

 

you

 

 

 

 

 

Een lala-liedje

Er kwam een liedje in mijn hoofd
Vlak na jouw eerste lach
een melodietje klein en zacht
Een lala-liedje over jou
wie had dat gedacht

Het ging van hoog naar toen weer laag
Ik keek naar het kuiltje in je wang
ergens tussen in kwam de vraag
Zie ik die mooie lach alleen vandaag?

Het melodietje raakte in mineur
De zwarte wolken verzamelden zich vlug
Een lichte depressie,
ik slaakte mijmerend een zucht;
Ik wil mijn vrolijke noot weer terug!

Opeens na de regen weer de zon
Er is niets om over te treuren
Ik zal je zingen in geuren en kleuren
je vertellen, het idee, dat ons op zal fleuren
Tenminste als je het goed zou kunnen keuren

Als jij nu zeggen kan dat ik van jou
en jij van mij altijd blijven zal
Dan klim ik onmiddellijk uit dit dal
En beloof ik dat ik sierlijk in jouw armen val

Fluiten wij samen heden blij
Zeg ik ja ik wil en jij zegt dat tegen mij
Zingen we dit lala-liedje in duet
Heerlijk romantisch, wat een pret
Belanden we dansend in ons bed

Als de zon dan onder gaat
en het is al heerlijk laat
Als ons loflied heeft geklonken
Van de liefde o zo dronken

zingen we rozig van de maneschijn
Vieren wij ons slotakkoord
Van ik wil altijd bij jou zijn
Speelt het melodietje klein en zacht
Een lala-liedje van ons samen wie had dat gedacht

En jij…jij kijkt me vaag iets aan
Ineens besef ik dat wij in het hier en nu staan
Lichtelijk wat rood op mijn wangen
Door alles wat het liedje in mijn hoofd mij naar jou deed verlangen

Ik wiebel wat onnozel
Ik friemel wat aan mijn haar
Het liedje in mijn hoofd voelt nu tergend zwaar
Ik zou het eigenlijk uit willen zingen
Ik kan me , ongemakkelijk genoeg, nauwelijks bedwingen

Totdat je ogen mijn ontmoeten, jij naar mij lacht
enigzins verlegen tegen me zegt; wie had dat gedacht
Er kwam een liedje in mijn hoofd
Vlak na jouw eerste lach
een melodietje klein en zacht

O, zeg ik dan, gespeeld verrast
Melodietjes in je hoofd, heb je daarvan vaker last?
Van I love you to en dat soort dingen?
Ach, nou ja ik zou dat best met je willen zingen

Jij pakt mijn hand, ik trillend die van jou
In mijn hoofd zingt de gedachte dat ik geloof dat ik van je houd
Bereikt ons liedje de brug, ik slaak een diepe zucht
Krijg ik bijna geen lucht,
want jij hebt net in alle rust
Het lala-liedje uit mijn hoofd gekust.

©wendyvanschaik2016

De liefde op de fiets

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
Dat had hij gesproken
De woorden kwamen uit zijn mond vlak voor de zoen
Hij nam de liefde tussen zijn handen,
voor het eerst had hij haar vast
Diep ademde hij in, nog nooit had hij zoiets zoets geroken

Niemand had ooit zo grip op haar kunnen krijgen
Zo heel vlak dichtbij
Deze ongrijpbare liefde die deed hem zwijgen
Met tedere aandacht sprak de liefde
De wereld is koud en kil
Geef hen, deel uit van mij

In haar wilde hij blijven geloven
Met zuiver hart alleen
Met de juiste kant naar boven
Daarom had hij “this side up” op het omhulsel gedrukt
Sierlijk stapte De Liefde in de doos
“Breng mij naar de grijze wereld heen”

fietsEn fietsend door de stad deelde hij haar uit
“Mens vier de liefde
Gratis Liefde”, sprak hij luid
“Neem het aan, het kost je niets”
Zij zat fier rechtop en straalde
Hij gaf het aan de vrouw die huilde en aan hem die griefde

“Ik vervoer haar met de juiste kant naar boven
Eerlijke liefde voor iedereen
Zodat niemand haar kan roven,
Haar onderste boven kan keren of vernielen,
Kan misbruiken of omkeren tot jaloezie
Deze liefde bint samen, niet meer alleen”

Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
Dat had hij gesproken
Nederig had zij toegestemd en zij gaf hem een zoen
Til me op, houdt me vast
Ze had de nood gezien
Ze had de koude, grijze kilte geroken

Zo ging de liefde met hem, fietsend, doorbrekend iedere muur
Hoofd in de wolken
Rechtop toch ondersteboven van het avontuur
Over de wereld, verwarmde de koude harten
Wat stuk was werd weer heel
De liefde werd uitgedeeld aan alle volken

Komt de liefde op je pad open je handen en ontvang
Neem er gulzig van
Verwonder je over wat je krijgt, wees niet bang
Eenmaal die liefde gekregen
Begint ook jouw reis
Dan zul je zien dat ook jij gebrokenheid helen kan

 

©wendyvanschaik2016

Zij had een Eva lief…

Ze is mens
Ze ademt
Ze loopt
Ze kijkt
Neemt waar
door te voelen, te proeven, te horen
Ze voelt
Ze lacht, stampt van woede, huilt hele rivieren vol

Net als jij;

Ze is gemaakt
Geschapen
Gewild
In liefde op de aarde gekomen
Door liefde omgeven
Gekoesterd neergezet op de plek waar ze loopt
Daar is ze opgegroeid

Net als jij;

Volwassen geworden
De liefde ontdekt
Kriebels in haar buik
het zweet in haar handen
Verliefd, het verliefde verlangen, de zoete dromen..
Alleen;
Niet zo onschuldig als de vlinders in jouw buik
Ze had vleugels moeten krijgen, maar toen ze te dicht bij de zon vloog;
heb jij haar vleugels verbrand

Ze vervloekte de kriebels
Het brandende verlangen
Werd koud als sneeuw
De warmte deed de sneeuw niet smelten
Om haar heen was er namelijk niets anders dan diepe kou
IJzige wijzende vingers
Ze was niet langer een gast
Haar werd de maaltijd ontzegt.

Ze is mens
Zondiger dan jij ; dat zeg jij
Het enige wat ze wil is lief hebben
De mens is toch niet gemaakt om alleen te zijn?
Maar zij is de uitzondering op de regel
Zij moet leven in de diepe eenzaamheid
Ontwijkt zij die weg dan is haar uitzicht hel en verdoemenis

Zij is in liefde op de aarde gekomen
Gekoesterd neergezet op de plek waar ze loopt
Ergens is die koestering van haar afgenomen
Tijdens haar wandeling, op het moment van de ontdekking
van de prille liefde, van de zoete honing,
is die liefde uit haar handen gegrepen
Haar is verboden diepe liefde te voelen
Het recht om in diepe harstverbondenheid te leven is haar ontzegd

In diepe, donkere duisternis zal ze de kilste eenzaamheid vinden
Ze zal zichzelf verafschuwen om wie zij is
Ziek? Mismaakt? Een fout in de schepping?
Ze zal zich afvragen of al die goedbedoelde woorden de enige waarheid zijn..
Zal zij voor eeuwig branden omdat zij een Eva lief had?

licht-in-duister
In die kilste eenzaamheid, in het pikzwarte duister, is er een licht nog niet gedoofd
Er schijnt een  licht in de duisternis
Deze heeft het duister niet in haar macht gekregen
Ze warmt haar hart, haar ziel aan het Licht
Luisterend naar de zoete klanken van de Weg, de Waarheid, het Leven;

Zij is in de moederschoot geweven
Zij is geliefd
Gewild
Op aarde neergezet
In liefde zal ze wandelen
Oh, in liefde zal ze roepen, zal zij luidkeels roepen
Zo hard dat al het oordeel omver wordt geblazen
Ze zal worden gekoesterd, niet worden veroordeeld

Er zal huilend gelachen worden, er zal een stoel worden vrijgemaakt
En Hij zal zeggen, Hij zal diep in haar hart spreken:
Wees welkom, schuif aan, aan Mijn tafel
Drink Mijn wijn, neem Mijn brood
Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen
Ik wil met jou de maaltijd nuttigen
Ik geef je ruimte: Ik geef je Liefde.
Mijn liefde
Mijn ruimhartige Liefde geef ik je
Drink, Eet, wees Mijn gast.
Zij zal gretig de maaltijd nuttigen
Zij zal drinken, eten en proeven:
Zij zal in het diepste weten;
Ik ben gewild, geliefd, op de aarde neergezet
En in liefde, ja in Liefde zal ik wandelen

©wendyvanschaik2016

Schreeuw om genade

Ik zou willen noemen
zeggen, roepen
Onder woorden willen brengen
Kunnen vastpakken
De vinger erop leggen
Ik zou het willen oppakken
het aan je willen geven
zodat je er naar kunt kijken
en bij het aanschouwen
je hoofd naar mij op te richten
mijn ogen te ontmoeten
diep doordringend tot in mijn ziel
in het ritme van de adem
op mijn golflengte komt
en dat dan zonder gesproken taal
jij mij omringt met liefde
Ik zou willen schreeuwen, springen
stampen
Ik wil mijn binnenste verscheuren
op straat neer gooien
Willen janken, willen breken,
Ik zou alles willen doen om de waarheid
een kans te geven
Om muren af te breken
Stommen te laten spreken
Voor eeuwig en altijd de schone schijn te verbannen
Het oordeel de deur uit te schoppen
Ik zou dit vol liefde willen doen
Maar de pijn, de woede om het onrecht,
om het tekort aan genade is te groot
Ik zou mijn diepe, donkere verdriet willen pakken
aan jou willen geven
Dat je er naar kijkt en het begrijpt
Dat je je zaligspreking erover uit strooit
Dat je in de storm wakker wordt
Mij vraagt mijn angst aan jou te geven
Zodat ik kan zeggen
dat zelfs de wind en de zee luisteren naar jouw stem
Ik zou in jouw aanwezigheid mijn pijn willen uitschreeuwen
dat jij die dan heel voorzichtig en vol genade verzorgt
Dat je mijn gezicht tussen jouw gewonde handen neemt
En zegt, het is al volbracht
Het is al volbracht
Je hoeft alleen maar te zijn
in mijn aanwezigheid
Te rusten
Te vertrouwen
Te leven
In rust in vertrouwen te leven.
Dat ik dat dan voor even kan geloven
Dat de stille vrede wordt gehoord.

©wendyvanschaik2016

drown

Gekroonde Liefde

Een vrede op aarde
alleen maar in liefde gebonden te zijn
in stilte te begroeten
wat je eens als litteken had gedragen
maar nu de verzoening
helend werkend op de pijn
Een vrede op aarde
allen tezamen
een andere ritme te lopen
maar toch in verbinding te zijn
Diep in je ziel ruimte te laten
om liefde te kronen en daar
Koning te laten zijn
 
Maar, we spreken elkaars taal niet
Het is niet te begrijpen
’t gesproken woord wordt niet gehoord
We schreeuwen, we vechten om zinnen die strijden
En eens gevallen verliezen we de liefde
de liefde..
zij dreef ons eens voort
 
Zijn wij daarom hier op aarde ?
Onszelf te tronen
het te verdedigen met vlijmscherpe woorden
snijdend als een zwaard?
De ander te laten bloeden
De haat te voeden
is ons gelijk dan het doel om recht te halen
kosten wat het kost trekkende ten strijd
Is onze pijn te groot,
te groot om te begrijpen de wonden van de ander
Is dat een kleine ernst
zouden wij niet kunnen helen
ons eigen, die van de ander, de gebrokenheid
 
Wat is liefde,
wat is liefhebben gelijk aan jezelf
alzo ook de ander
Laat ons dan smeken, bidden,
te schreeuwen om liefde
die de empathie in ons verwekt
te begrijpen het verdriet in de ander
te zien het leed dat sommige bereikt
 
Dat onze ogen ooit elkaar mogen ontmoeten
en elkaar oprecht te zien
ongesluierd
zonder het masker van gelijk, wrok en nijd
een vrede op aarde
allen tezamen
een andere ritme te lopen
maar toch in verbinding te zijn
Diep in je ziel ruimte te laten
om liefde te kronen en daar
Koning te laten zijnpeace
 
©wendyvanschaik2016