6.00

Ik spring voor de wekker gaat het bed uit. Iedereen slaapt nog. Ik doe een vreugdedansje door de slaapkamer. Stilte voor de storm en van die stilte ga ik uitgebreid genieten. Ik spring onder de douche, weet mezelf van de val te redden door atletisch over een berg dino’s heen te springen en droog me als een malle af. Iedere seconde telt hier. Ik smacht naar mijn kop koffie in de woonkamer, met op de achtergrond slechts het getik van de klok.

Zachtjes loop ik naar beneden, duw de deur open en net voordat ik gelukzalig wil zuchten: ‘wat een heerlijke ochtend’, zit een 5-jarige kleuter mij grijnzend aan te kijken. Om zijn mond zijn de resten van chocopasta zichtbaar en ik zie aan de resten broodkorsten op de grond dat deze hem niet smaakten.

‘Ach al wakker, ik heb je niet naar beneden horen gaan.’ Ik prijs zijn zelfstandigheid, dat hij zelf zijn broodje heeft gesmeerd en neem de zooi op de eettafel voor lief.

Ik krijg een goedemorgen mama en een dikke knuffel en de lekkerste pastazoen van de hele wereld en hij begint met het bouwen van een jungle.

Het is wat het is, belangrijke zaken eerst nu: koffie.

Ik ben bij het zesde schepje, een sterke bak moet het worden voel ik al aan, als er boven twee meisjes beginnen te gillen.

‘Mamaaaa, de borstel zit vast in mijn haar’

Ik adem diep in: het is wat het is. Gooi de laatste schep koffie erin en loop naar boven. Daar tref ik een hysterische dochter aan met een roze borstel in haar rode haar, aan de borstel hangt mijn andere kleuter die met alle macht haar zus probeert te bevrijden.

Ik kijk op de klok: kwart voor 7. Gelukkig alle tijd van de wereld nog en ik vergeet dat ik zojuist de eerste fout heb gemaakt. Ik ben kampioen treuzelen en zojuist heb ik mezelf de eerste voorzet gegeven om daarmee te gaan beginnen.

Na een 45 minuten haren ontwarren en invlechten , ‘het is wat het is’ te prevelen, mijn puberdochter uit bed te roepen, sokken te zoeken, op avontuur door de jungle van mijn kleuterzoon te gaan, zit ik om half 8 eindelijk aan mijn koffie.

Ik probeer mijn werkknop vast te zoeken en me voor te bereiden op 26 pubers die ik over een uur tegenover me heb zitten. Dat wil niet echt lukken, er gaat namelijk thee over tafel, er moet ineens een toets nog snel geleerd worden en mijn dochter is ongesteld en schreeuwt dat haar leven vreselijk is. Ik weet eigenlijk zeker dat ik van haar win op dit moment, maar ik blijf mediteren: ‘Het is wat het is.’

Het is 7.50. Iedereen poetst zijn tanden, de jassen en schoenen gaan aan en de voordeur gaat open. Mijn oudste kleuter blijft even in de deuropening staan en kijkt me verbaasd aan.

‘Mama, heb je pyamadag op school?’

Ik sla mezelf voor mijn hoofd en zie dat ik nog vrolijk in mijn friends-shirt rondhuppel die ik na het douchen snel heb aangeschoten: coffee first, heb ik gedacht…

Ik ren naar boven schiet de eerste de beste broek aan, frommel mijn haar in een soort van staart, gooi wat mascara op mijn gezicht en sprint naar beneden alwaar ik mijn puberdochter whatsappend aantref.

‘Ja niet handig he mama alles op het laatste moment.’

Ik adem diep in:

‘Het is wat het is’

8.30, nog geen koffie gehad en de klas stroomt vol.

‘Juf, u ziet eruit alsof u wel een kop koffie kunt gebruiken

8.40

De verhalen over het weekend klinken door de klas. Ik luister aandachtig, met in mijn hand een grote mok zwarte koffie.

Meer in het hier en nu, dan dat moment, was ik nog niet geweest.

Het is, wat het is.