We stonden in de rij , beurs in haar gerimpelde hand,
een oude vrouw keek blij naar de boodschappen op de band.
Haar blik ving die van mij en haar mondhoeken gingen omhoog.

Het was ineens dat ik zei:
” nou mevrouw lekker weertje het is droog ,
alles wel? Alles goed?”

Ze zuchtte:
“ach, de tijd gaat snel, als je in je leven niet mag, maar veel moet
vroeger; aardappels rooien, werken op het veld
van de hand in de mand gooien
en dan welgeteld
net je brood kunnen kopen van je zuurverdiende geld
kool op het vuur, ketel op de kachel
niet te veel , dat is te duur en met pijn in de rug waggel
je naar de bedstee, naast je man
en heel gedwee bid je dan;
ach Heer als ik de morgen halen kan
zal ik U dankbaar zijn ,
zodat ik met pijne voeten,  ruwe handen,
wroetend in moeder aarde
de bieten gooiend van de grond in de manden ,
kan zeggen ook dit harde leven is van waarde”

Grijze haren warrig in een knot, een gebogen rug ,
schuifelende voeten naar de kassajuffrouw,
ogen omringt door kraaienpootjes kijken nog even in de mijne terug.
Ik denk was ik maar zo intens dankbaar als u oude mevrouw.
Moest ik in de aarde wroeten,
met gebogen rug en kapotte voeten
en keek ik terug,  kon ik dan evenzo dankbaar zijn voor dat leven
als wat mij nu is gegeven…
Maar mijn hoofd weet dat mijn hart vergeet te kijken naar dat wat ik heb,
het danken weet te ontwijken, de handen te weinig vouw.
Ach, kon ik maar zo dankbaar zijn, als u  mevrouw…

© wendyvanschaik2018