De wind ruist zacht door de bomen en de bladeren laten haar takken los.
Langzaam zweven ze naar beneden om zich te laten vallen op de graven van kloosterzusters die daar al jaren geleden ten ruste zijn gelegd.
Tussen de rijen kruisen staat een zuster op leeftijd.
Op het ritme van de traagheid harkt ze de blaadjes weg van het bloembed naast de grafsteen. Blaadjes die het graf ontdoen van heiligheid.

” De tuinman heeft hier geen tijd voor, het is een grote tuin wat hij moet onderhouden, kijk.”  Mijn blik volgt de trillende vinger van de zuster en ik bewonder de prachtige kloostertuin. Ik moet haar gelijk geven, een tuinman kan hier met hartenlust urenlang wroeten in moeder aarde.

” Zal ik helpen?”, vraag ik, ” zien werken doet werken en ik heb wel even zin om iets te doen” .
De zuster negeert mijn vraag terwijl ze door blijft harken. ” Je bent hier op bezinning?”
Ik knik schuldig alsof ik een snoepje uit de pot heb gepikt. ” Ja, ik moet nu eigenlijk stil zijn, maar ik vind het wel even welletjes” .
Er klinkt een zusterlijke zucht: ” Op een goed gesprek kan je ook weer verder bezinnen. Ik bezin al 70 jaar. Twintig was ik toen ik mijn intrede deed. Vele zusters met mij. In de jaren ’60 traden er weer veel uit, dat was toen de trend. Ik denk dat sommigen daar wel spijt van hebben gekregen” .

Ze pakt de zware schep uit de kruiwagen, zet hem neer op de grond en met de hark  harkt ze behendig de blaadjes op de schep. Ze wil de schep optillen maar ik onderbreek haar handeling. ” Zal ik even helpen? ” Dit keer negeert ze mijn vraag niet.
” Ik ben 90, beweging is goed voor mij. Het houdt me soepel. Zolang ik het nog kan doe ik het graag zelf. ” Ik ben een beetje beteuterd, en ik hoop dat ze het niet merkt. Ik had haar graag geholpen, dan had ik dat ook van mijn lijstje af kunnen strepen: – Helpt Non in de kloostertuin.

” Ik heb hier niet altijd gewoond hoor” zegt ze, terwijl haar blauwe ogen beginnen te stralen. ” In Coevorden heb ik gezeten. Daar kregen we ook kinderen die niet goed waren. Kinderen met een handicap. Eentje met een waterhoofd. De moeder wilde er niet voor zorgen, dus kwam ze bij ons. Een meisje. We hebben haar leren lopen. Het was een prachtig kind. Later lukte het niet meer om voor haar te zorgen. Ze ging naar een verpleegtehuis.  Iedere dag vroeg ik me af hoe het haar zou vergaan. Ik heb daar nooit antwoord op gehad: of ze nog zou leven. Ik heb daar nooit gelijk antwoord op gehad.”

Ze kijkt naar de graven die ons omringen. Hoewel de dood mij normaal de angst aanjaagd, voel ik me hier bij de zuster op mijn gemak. Hier is niet de dood ingetreden, maar de eeuwigheid.
” Allemaal zusters die hier liggen. Er is bijna geen plek meer en we moeten d’r allemaal nog bij. Ik ben 90 en de jongste zuster is 70. We sterven uit”
Om ons heen kondigen de vogels aan dat de lente is begonnen. Het jonge groen kijkt voorzichtig de nu nog dorre wereld in. Verdroogde blaadjes op de grond moeten ruimte maken voor tulpen, narcissen en hyacinten.

” Ze leefde nog. Het meisje met het waterhoofd”.
De zuster harkt verder. ” Jaren later vertelde ik haar verhaal aan de directeur van de toenmalige stichting. Hij wist hoe het met haar ging. Het toeval wilde dat hij haar broer was” .
Alsof ze nog alle tijd heeft harkt ze de laatste blaadjes bijeen, schept ze in de kruiwagen en legt met twee handen de schep en de hark er bovenop.
De zuster glimlacht haar tanden bloot. ” Mooi he, dat is geen toeval, dat is hoe het moest lopen. We stellen vragen en we verwachten gelijk een antwoord. Wanneer we haastig het leven tegemoet treden en de tijd geen ruimte gunnen; lopen we de kans de antwoorden te missen die zich niet altijd gelijk laten vinden, soms is daar tijd voor nodig. De tijd is niet onze vijand, we moeten de tijd de ruimte geven zodat Hij zijn werk kan doen. Mooi he!.
Kijk en nu kun jij je daar op bezinnen” .

Zachtjes waait de wind door eeuwenoude bomen. Bomen die zusters van vele tijden nog hebben ontmoet. Ik lach naar deze prachtige zuster.

“Ja, dat is heel mooi” en onder de indruk van deze vrouw wandel ik de stilte in.

 

©wendyvanschaik2018