Het donker voorbij

de dagen dat de donkere dingen het hoofd binnendringen
zijn voorbij
een schone lei ligt voor mij terwijl een stem zachtjes tegen mijn ziel zei;
hoor jij de vogels zingen
ruik je de frisse morgenregen
voel stromen van zegen
vrede in het klein
op jouw hoofd
Ik wil dat je beloofd dat als jouw licht ooit weer dooft,
je omhoog kijkt naar de lucht en dan verlichtend zucht :

het zal nooit meer te donker zijn..

©wendyvanschaik2018

De wind, de klok en het meisje

Van vrijdag tot zondag mocht ik in een klooster verblijven. Daar ontdekte ik wat ik was vergeten. Het lezen van dit verhaal bracht mij weer dichter bij de stilte..

De Zinzoeker

Het meisje waaide zoals altijd met alle winden mee.
Lopend op de wijzers van de klok die langzaam tikkend hun ronde deden. Hoewel niets haar kwam aanwaaien was de wind altijd haar vriend geweest.
In moeilijke tijden was hij het die haar een duwtje in de rug gaf.
Toch was er een tijd dat er niets was. Het was windstil.

Het meisje werd wakker op dezelfde tijd als de dagen daarvoor.
Ze wist niet wat de dag haar ging brengen maar daar maakte ze zich ook nooit druk over. Het leven komt zoals het komt en het gaat wanneer het wil.
Het meisje stond op en liep naar de badkamer om zich te wassen. Ze kamde haar haar, poetste haar tanden en trok haar kleren aan.
Ze bekeek zich in de spiegel, alhoewel ze liever haar spiegelbeeld ontweek. Ze vond het moeilijk om haar spiegelbeeld aan te kijken. Haar spiegelbeeld was…

View original post 603 woorden meer

De kloosterzuster

De wind ruist zacht door de bomen en de bladeren laten haar takken los.
Langzaam zweven ze naar beneden om zich te laten vallen op de graven van kloosterzusters die daar al jaren geleden ten ruste zijn gelegd.
Tussen de rijen kruisen staat een zuster op leeftijd.
Op het ritme van de traagheid harkt ze de blaadjes weg van het bloembed naast de grafsteen. Blaadjes die het graf ontdoen van heiligheid.

” De tuinman heeft hier geen tijd voor, het is een grote tuin wat hij moet onderhouden, kijk.”  Mijn blik volgt de trillende vinger van de zuster en ik bewonder de prachtige kloostertuin. Ik moet haar gelijk geven, een tuinman kan hier met hartenlust urenlang wroeten in moeder aarde.

” Zal ik helpen?”, vraag ik, ” zien werken doet werken en ik heb wel even zin om iets te doen” .
De zuster negeert mijn vraag terwijl ze door blijft harken. ” Je bent hier op bezinning?”
Ik knik schuldig alsof ik een snoepje uit de pot heb gepikt. ” Ja, ik moet nu eigenlijk stil zijn, maar ik vind het wel even welletjes” .
Er klinkt een zusterlijke zucht: ” Op een goed gesprek kan je ook weer verder bezinnen. Ik bezin al 70 jaar. Twintig was ik toen ik mijn intrede deed. Vele zusters met mij. In de jaren ’60 traden er weer veel uit, dat was toen de trend. Ik denk dat sommigen daar wel spijt van hebben gekregen” .

Ze pakt de zware schep uit de kruiwagen, zet hem neer op de grond en met de hark  harkt ze behendig de blaadjes op de schep. Ze wil de schep optillen maar ik onderbreek haar handeling. ” Zal ik even helpen? ” Dit keer negeert ze mijn vraag niet.
” Ik ben 90, beweging is goed voor mij. Het houdt me soepel. Zolang ik het nog kan doe ik het graag zelf. ” Ik ben een beetje beteuterd, en ik hoop dat ze het niet merkt. Ik had haar graag geholpen, dan had ik dat ook van mijn lijstje af kunnen strepen: – Helpt Non in de kloostertuin.

” Ik heb hier niet altijd gewoond hoor” zegt ze, terwijl haar blauwe ogen beginnen te stralen. ” In Coevorden heb ik gezeten. Daar kregen we ook kinderen die niet goed waren. Kinderen met een handicap. Eentje met een waterhoofd. De moeder wilde er niet voor zorgen, dus kwam ze bij ons. Een meisje. We hebben haar leren lopen. Het was een prachtig kind. Later lukte het niet meer om voor haar te zorgen. Ze ging naar een verpleegtehuis.  Iedere dag vroeg ik me af hoe het haar zou vergaan. Ik heb daar nooit antwoord op gehad: of ze nog zou leven. Ik heb daar nooit gelijk antwoord op gehad.”

Ze kijkt naar de graven die ons omringen. Hoewel de dood mij normaal de angst aanjaagd, voel ik me hier bij de zuster op mijn gemak. Hier is niet de dood ingetreden, maar de eeuwigheid.
” Allemaal zusters die hier liggen. Er is bijna geen plek meer en we moeten d’r allemaal nog bij. Ik ben 90 en de jongste zuster is 70. We sterven uit”
Om ons heen kondigen de vogels aan dat de lente is begonnen. Het jonge groen kijkt voorzichtig de nu nog dorre wereld in. Verdroogde blaadjes op de grond moeten ruimte maken voor tulpen, narcissen en hyacinten.

” Ze leefde nog. Het meisje met het waterhoofd”.
De zuster harkt verder. ” Jaren later vertelde ik haar verhaal aan de directeur van de toenmalige stichting. Hij wist hoe het met haar ging. Het toeval wilde dat hij haar broer was” .
Alsof ze nog alle tijd heeft harkt ze de laatste blaadjes bijeen, schept ze in de kruiwagen en legt met twee handen de schep en de hark er bovenop.
De zuster glimlacht haar tanden bloot. ” Mooi he, dat is geen toeval, dat is hoe het moest lopen. We stellen vragen en we verwachten gelijk een antwoord. Wanneer we haastig het leven tegemoet treden en de tijd geen ruimte gunnen; lopen we de kans de antwoorden te missen die zich niet altijd gelijk laten vinden, soms is daar tijd voor nodig. De tijd is niet onze vijand, we moeten de tijd de ruimte geven zodat Hij zijn werk kan doen. Mooi he!.
Kijk en nu kun jij je daar op bezinnen” .

Zachtjes waait de wind door eeuwenoude bomen. Bomen die zusters van vele tijden nog hebben ontmoet. Ik lach naar deze prachtige zuster.

“Ja, dat is heel mooi” en onder de indruk van deze vrouw wandel ik de stilte in.

 

©wendyvanschaik2018

 

 

 

stilte

 

Het tikken van de klok
gekraak in de pijpen
voetstappen in de gang
ik probeer mijn gedachten te ontwijken
ik wil nog niet zwijgen
laat mij maar praten urenlang
mijn gemijmer uitzetten
ik ben voor mijn gedachten nog te bang
woorden die zich verstoppen
chaos in mijn hoofd
gevoelens zet ik uit
laat mij nog maar even zijn verdooft
dan hoef ik niet te pellen
schil voor schil mijn huid
dan kan ik alles nog bedekken
laat mij maar stilstaan ik hoef niet vooruit
gerommel op de kamer
gelach op de trap
ik vang de prikkels op
ik ben de stilte zat
want het zou dan zomaar kunnen
dat ik U dan ontmoet
als ik de stilte toe laat
weet ik niet wat het met me doet
ik ontwijk kunstig het zwijgen
doe ik dat niet dan stem ik toe
laat mij in het lawaai blijven
voor de stilte ben ik nu te moe

 

© wendyvanschaik2018

 

 

 

 

Niet compleet…

 

ballonnen in de lucht
van je lang zal zullen ze leven
ik keek naar de lege stoel
en ik miste je heel even
het feest was al begonnen
met zijn allen bijelkaar
maar in mijn hart een leegte
want jij was niet daar
je bent lang geleden vertrokken
het was zo onverwacht
jij wist ook van niets
de zonnige dag werd nacht

wanneer iedereen feest viert
drinkt, zingt en lacht
huil ik heel even van binnen
fluister ik jouw naam heel zacht
opdat ik je niet zal vergeten
wie je ooit bent geweest
ik wil jouw leven vieren
juist, daar op dat feest
heel zachtjes en stil
even huilen bij elkaar
oog in oog en dan zeggen;
was ze nog maar even daar
van;  voel jij dat gemis?
kom hier een arm en een traan
daarna samen lachen, van weet je nog van toen
om dan samen even stil te staan
te genieten van de mensen
die daar zijn op het feest
met weemoed en tranen verzuchten
Het zou zo, zo fijn zijn- als zij hier nog was geweest….

 

❤ Jeanine ❤   11/04/1994 – 24/06/2005

 

 

©wendyvanschaik2018

 

In mijn hoofd

In mijn hoofd maakt de chaos plaats
voor heldere zinnen
tonen die maken liedjes over verboden gedachten
die de dirigent weigert te dirigeren
en ik volg de noten in het spel

vanachter het ladekastje waar de gedachte
plaats neemt duik ik op
wandelend in mijn hoofd neem ik de schade waar
papieren vol krabbels verkreukeld
en ik strijk glad dat wat ik eens dacht

letters vormen woorden maken klanken
verlangens worden wakker
het trekt, harder, steeds weer om te grijpen
met beide handen erin te woelen
te voelen, los te gaan, alle remmen kapot
en ik lach om mijn eigen naïviteit

Naast de gedachte woont het geweten
Ik groet hem
maar zeg hem het liefst vaarwel
hij laat zich niet negeren, ogen prikken
in mijn rug, terug zegt hij
hij plaats mij tussen fatsoenlijke lijntjes

ik woon in mijn hoofd in een vierkant
een groen bordje “ uitgang”
is kapot gemaakt
erin-niet eruit
geen keus, gevangen, in hoe het hoort
het is beter zo
veiliger
het is beter zo

 

©wendyvanschaik2018

In het hier

regen op mijn warme huid
blote voeten,  sporen in het zand
geluk was nog nooit zo van ons geweest
zoute zee van jou op mijn lippen
vingers in jouw haar naar  jouw rug
ik wist,  ik wil niet meer terug
naar gisteren,
maar blijven in het hier
in het nu
de tijd is van ons;
in de wind en in de luwte
in het donker en het licht
in de regen en in de zon
ik wil altijd hier blijven
in het moment dat onze liefde begon

 

©wendyvanschaik2018

 

Onder mijn huid

 

onder mijn huid is een gevoel gekropen
wat er eigenlijk niet mag zijn
onbevangen zag ik het aankomen
en nu het er is voelt het iets te fijn

verboden vrucht in mijn handen
het was er in een moment
ik weet ik moet het loslaten,
me omdraaien en zeggen het is goed dat ik ben weggerend

maar het vult nu de leegte
het maakt het bitter zoet
het streelt mijn zijn
door de schijnbare onschuld voelt het niet fout, maar goed

onder mijn huid is een gevoel gekropen
ik neem er nog geen afscheid van
heel, heel eventjes nog
want het maakt me iets te gelukkig ben ik bang…

 

 

©wendyvanschaik2018