De K3 muziek knalde door de ruimte: 10.000 luchtballonnen kleuren de horizon.
En in de gekleurde horizon stond mijn vierjarige dochter het ritme uit haar lijfje te schudden.
“ Kijk mama, kijk!” . Van links naar rechts danste ze vol passie de discovloer over in een van de attractie-hoeken van Plopsaland.
Na 1,5 uur in het park te hebben rondgelopen was ze eindelijk geaard en durfde ze wat meer uit haar schulp te kruipen.

In het discohoekje was het rustig, op een breakdancend jongetje van 2 na, maar dat was haar broertje; een welkome danspartner.
Mijn kleine danseres zwierde en zwaaide en maakte de meest uitzonderlijke dansbewegingen, waar menig regisseur een slomo van zou hebben gewild.

De danscarrière van mijn dochter was van korte duur.
Er stapte een kekke moeder in een kek kort jurkje de dansvloer op, met een minstens net zo kekke dochter in een toffe jumpsuit. Zo een van spijkerstof, met daaronder zwarte gympen met van die lichtjes aan de zijkant. Waarvan mijn dochterlief in de winkel nog zei: “ mama, die wil ik ook” , maar die ik dan te duur vond. Ik had er gelijk spijt van dat ik deze niet voor haar had gekocht en ze nu op bruine laarsjes liep met verantwoorde zolen, die nog zo lekker buigzaam zijn voor de voet in ontwikkeling.

Twee grote blauwe ogen keken me aan, haar vingers verdwenen in haar mond terwijl haar hoofd langzaam van een hoge status na een lage zakte.
De kekke moeder hupte lekker van d’r ene op d’r andere been, haar borsten die zo goed uitkwamen in haar laag uitgesneden jurkje deden ook vrolijk mee, evenals haar dochter , die slide van de ene naar de andere kant.
Mijn ballerina had haar biezen gepakt en slofte de dansvloer af. Alsof de jury niet voor haar had gekozen, maar de jumpsuit met vlag en wimpel door hadden laten gaan naar de volgende ronde, waarvan een grappende Waylon dan zou zeggen, “ en doe je moeder maar bij mij” .

Ik pakte het klamme, natte handje van mijn dochter uit haar mond en zei: ”Kom, we gaan ook weer lekker dansen!” . Mijn theezakjes stonden dan niet meer zo pront naar voren, maar schudden kon ik wel en ik stortte mezelf alvast op de dansvloer, ik was klaar voor the battle.
Terwijl ik stond te shaken van links naar rechts, bleef dochterlief stokstijf staan.
“ Mama, we gaan” .
De kekke moeder glimlachte “ doei!” en heel even had ik zin om haar te laten struikelen, airbag genoeg, dus waarschijnlijk zou ze gewoon weer terugveren.
” Doe niet zo dom”  zei ik nog even tegen mezelf en ik schaamde me voor mijn wraakgedachten, ” die moeder doet niets fout met haar decolleté, uuh dochter” .

Hand in hand liepen we naar de andere attracties, met achter ons aan rennend een peuter van twee. Shit, die was er inderdaad ook nog. Onder de indruk van het kekke koppel, moest zelfs mijn zoontje het onderspit delven.

“ Hey ballerina, waarom stopte je nou met dansen?”

“ Er was een ander meisje”

“ En toen?”

“ Toen durfde ik niet meer, dan ben ik verlegen”

“ Verlegen?”

“ Zij kan dansen en is mooi”

“ En jij dan snoes?”

“ Dan kan ik het niet”

En ineens dacht ik.. ach meisje.. je hebt iets naars van je moeder geërfd.
Mijn ballerina maakte plaats omdat ze dacht dat ze niet goed genoeg was, of de ander beter.
Door de imposante, zelfverzekerde houding van iemand anders, pakte zij maar haar biezen.

Het is het meest frustrerende thema in mijn leven. Een thema die ik niet wil hebben en die veel stuk maakt. Door mijn onzekerheid heb ik verkeerde keuzes gemaakt omdat ik dacht dat ik dan gewaardeerd zou worden. Door mijn onzekerheid heb ik dingen niet gedaan omdat ik niet durfde, of omdat ik niet zeker wist of ik het wel kon, of dat er een ander was die het ook al deed, dus dan ik maar niet.
Door mijn onzekerheid was ik bang van wat mensen van me zouden denken. En als ze goed over me dachten, dacht ik dat dat toch niet zo was.
Door mijn onzekerheid, was jaloezie een valkuil, achterdocht mijn tweede naam en kon ik moeilijk tevreden zijn. Onzekerheid is moeilijk en lastig omdat het een leger van leugens is, die je laten geloven dat je niets kunt of bent. Bijna dacht ik, dat ik niet ok was en dat ik het niet waard ben om te zijn in het hier en nu.

Ik ben 35. En nu, nu durf ik pas te zeggen over mezelf dat ik ok ben, dat ik er mag zijn, dat dat wat ik doe goed is, dat ik me niet afhankelijk hoef te maken van het oordeel van een ander. Dat wat een ander zegt geen waarheid hoeft te zijn, dat dat wat ik soms denk over mezelf en daardoor soms ook over de ander ook geen waarheid hoeft te zijn. En dat ik mag denken, dat ik het best wel kan of zoals Pipi Langkous zo mooi zegt:

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”

Nu pas durf ik te zeggen: “ He, ik ben ok” . Hardop, tegen mijzelf.
En ik leer mezelf dat te geloven. Dat ik met mijn voeten op deze aarde mag staan, mijn plekje in mag nemen, mag ademen van de lucht die ons wordt gegeven, dat ik lief mag hebben, mag putten uit de bron, dat ik mag bestaan, dat ik er mag zijn.

Ik kniel bij mijn dochter neer:
“ He, mooie ballerina, je bent prachtig, weet je dat?”
Twee blauwe ogen kijken me aan en ik streel haar blonde haar voor haar ogen weg.
“ Ik zou het fijn vinden om nog even met je te dansen, samen, jij en ik”
“ Ok, mama, dat wil ik wel”

Ik breng haar broertje bij d’r vader en we lopen naar de discohoek en zien de kekke moeder en dochter nog steeds uit hun dak gaan.
Voordat we de dansvloer opstappen staan we allebei even stil en kijken we elkaar aan.
“ Samen he, mama”
“ Samen hoor, kleine ballerina” .

De kekke moeder lacht.
Ik lach terug.

“ 10.000 luchtballonnen kleuren de horizon”
En in de gekleurde horizon sta ik, samen met mijn vierjarige dochter en we schudden het ritme uit ons lijf.

 

©wendyvanschaik2017