Dat ik dan ineens temidden van het engelengezang
heel hard schreeuwde dat het kind gewoon mens is
Net als wij
Dat dan de engelen van schrik hun aureooltje verloren
op de onvruchtbare grond
Dat alle pracht en praal, de schittering verdoofde
Dat niets nep maar alles echt was
Moe, lusteloos, leeg, verdorven
Dat ik dan neer knielde bij de kribbe, maar dat deze leeg was
En ik zei: zie je wel, ik zei het toch
Dat aarde noch de hemel elkaar raakten
Verlossing leegte was
Verzinsels
Dat ik dan ineens temidden van de doodse stilte
Onder beschamende, oordelende blikken
bijna stikte
Happend naar adem
Jij mijn hand pakte
mij sleurde uit de wanhoop
En jij schreeuwde:
Ik ben hier
Uit het pracht, uit het praal
De kribbe ontgroeid
Voeten in de modder
Net als jij
Heeft Hij mij ook ooit verlaten
Afgedaald in het zwartst
In het duister
Ik ben hier
Hier
ben Ik
Dat ik dan jouw in de ogen kijk
Ik licht lijkt te zien in Jouw aanwezigheid
Dat het zwart, langzaam naar grijs en dan wit
En dat ik dan weer durf te leven..
Zou dat dan nu kunnen
Dat ik niet zou verdrinken
Opdat ik alle duisternis te boven zou kunnen komen?
Kind in de kribbe, zou je dan misschien willen bestaan…

 

 

 
©wendyvanschaik2017