Kerst bij oma

Kerst was voor mij, als kind, altijd logeren bij opa en oma.
Zingen bij de kerstboom van de herdertjes die bij nachte lagen, en hoe het kindje krijste in de kou. Terwijl ik staarde naar het kindje in de kerststal, die onmisbaar was in mijn oma’s huis, zei ik: ” Doe dat kindje dan een dekentje over.”
“Nou, stro, hooi, kan ook best lekker warm wezen” , zei mijn oma dan; “vroeger op de boerderij lagen wij als kinderen altijd in het hooi te spelen, heerlijk, lekker warm.
Later als volwassene ook wel, maar daar kwamen dan weer andere dingen van.”

Voor mij als kind was het meest wonderlijke aan kerst waarom iedereen het zo’ n wonder
vond dat Maria zwanger was.
Kwam de ooievaar ook niet gewoon bij haar langs?
Later begreep ik dat God het kindje aan Maria had gegeven en dat het verhaal van de
ooievaar een verzinsel was, dat de kerstman met zijn elven niet bij het kerstverhaal horen en dat rendieren met rode neuzen niet bestaan. Tja, ze konden mij van alles wijs maken.

Jaar in jaar uit kwamen we bij mijn oma:
Warme peertjes, zelfgemaakt appelmoes, rollade en aardappelkroketjes..waar je dan net te
gulzig een hap van nam en je mond vervolgens in brand stond door de gloeiend hete
aardappelpuree die uit het krokante korstje barstte. De volwassenen zaten aan de grote tafel en de kleinkinderen aan de tafel in de woonkamer. Wij als kleinkinderen vonden dat echt niet eerlijk.
“Nou, vroeger, vroeger” , zei opa dan, “vroeger zat ik soms onder de tafel, en praten?
Dat deden we al helemaal niet, het getik van een vork was het enige wat klonk.”
Onder de indruk van opa s verhaal vouwde we dankbaar onze handen terwijl hij murmelend
een gebed uitsprak, waarvan ik het laatste gedeelte nog steeds niet weet.

In de hoek van de kamer stond het orgel
Parmantig ging mijn oma achter het orgel zitten, terwijl opa zuchtend en hoofdschuddend
een sigaar opstak.
“Vindt ze leuk”, zei hij dan en terwijl de eerste toetsen werden aangeslagen, onderging mijn opa gedwee het Komt allen tezamen….
Het vuur knetterde in de haard en wij lagen heerlijk naar het vuur te staren.
Je hoopte dat het : “kom kinderen naar bed” nog lang zou duren..
Maar je kwam er niet onderuit.
Oma bracht ons dan naar bed.

“Oma, denkt u dat het kindje Jezus ook een verhaaltje voor het slapengaan kreeg? En deed
Hij echt nooit iets fout? Zelfs geen koekje stiekem uit de trommel pakken?”
Oma vertelde dan, zoals oma dat alleen kon:
“Jezus wilde een licht zijn voor alle mensen. En zo moeten wij dat ook zijn..
Daarom is kerst het lichtjesfeest: Omdat God ons Zijn mooiste licht cadeau deed.”
Daarna stak mijn oma haar lijflied af:

“Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht
En Hij zegt dat ieder tot Zijn ere schijn, jij in jouw klein hoekje en ik in mijn”

Jaar in jaar uit was het met kerst vaste prik.
Eerst altijd met opa.
Totdat oma vertelde met kerst dat opa nu, als engel, het komt allen tezamen uit volle borst
in de hemel aan het zingen is.
Na het kerstverhaal, lekker warm toegedekt onder een donzen deken heb ik de halve nacht
naar de heldere donkerblauwe lucht liggen staren om een glimp van mijn opa in
engelenkostuum op te vangen…

Het was vorig jaar dat het kindje Jezus ineens niet meer in de kerststal stond.
Oma was een beetje in de war.
Ze woonde nog zelfstandig omdat ze weigerde naar een bejaardentehuis te gaan.
De kerstboom was opgetuigd en oma had de maaltijd bereid: warme chocolademelk met bitterballen. Hoewel de combinatie vreemd in de oren klinkt, was de geïmproviseerde maaltijd van mijn oma best te eten.
“Waar heb ik dat kind toch neergelegd ” , zei ze.
“Wat oma, wat zoek je..”
“Jezus, ik kan Hem nergens vinden. Hij lag altijd hier, bij Jozef en Maria, maar nu is Hij weg”
“Nou oma, Hij is vast niet weggelopen”
“Of ten hemel opgevaren”, grapte mijn broer.
“ Over Jezus geen grapjes”, zei mijn oma dan. Ze was nogal aan het kindje klein gehecht.
De rest van die kerstdag verliep onrustig.
In plaats van mijn oma liep ik maar een beetje op het orgel te pingelen.
De kerstkransen, de chocolaatjes, de kerstfilm, de andere tradities die we in al die jaren
hadden opgebouwd, niets deed er voor oma toe.
Ze moest en zou dat kindje in die kribbe vinden.

Terwijl wij, tijdens het ophalen van oude herinneringen, de tafel aan het afruimen waren,
kwam oma euforisch op haar sloffen, bijna huppelend de kamer binnen stormen.
“Het kind, het kind, het lag gewoon onderin de doos, te verstoffen, het kind is gekomen.”
Als een stel wijzen liepen wij achter onze stralende oma aan.
Ze plaatste het kindje in de kribbe temidden van Jozef en Maria,
“Ja” , zei ze, “dit is toch kerst, gewoon met Jezus.”
“Ja oma, gewoon kerst, met Jezus.”
En zo zaten we in die stille nacht, de laatste kerstavond met oma, geknield bij de kribbe.

©wendyvanschaik2017

Ik maak wel plaats…

De K3 muziek knalde door de ruimte: 10.000 luchtballonnen kleuren de horizon.
En in de gekleurde horizon stond mijn vierjarige dochter het ritme uit haar lijfje te schudden.
“ Kijk mama, kijk!” . Van links naar rechts danste ze vol passie de discovloer over in een van de attractie-hoeken van Plopsaland.
Na 1,5 uur in het park te hebben rondgelopen was ze eindelijk geaard en durfde ze wat meer uit haar schulp te kruipen.

In het discohoekje was het rustig, op een breakdancend jongetje van 2 na, maar dat was haar broertje; een welkome danspartner.
Mijn kleine danseres zwierde en zwaaide en maakte de meest uitzonderlijke dansbewegingen, waar menig regisseur een slomo van zou hebben gewild.

De danscarrière van mijn dochter was van korte duur.
Er stapte een kekke moeder in een kek kort jurkje de dansvloer op, met een minstens net zo kekke dochter in een toffe jumpsuit. Zo een van spijkerstof, met daaronder zwarte gympen met van die lichtjes aan de zijkant. Waarvan mijn dochterlief in de winkel nog zei: “ mama, die wil ik ook” , maar die ik dan te duur vond. Ik had er gelijk spijt van dat ik deze niet voor haar had gekocht en ze nu op bruine laarsjes liep met verantwoorde zolen, die nog zo lekker buigzaam zijn voor de voet in ontwikkeling.

Twee grote blauwe ogen keken me aan, haar vingers verdwenen in haar mond terwijl haar hoofd langzaam van een hoge status na een lage zakte.
De kekke moeder hupte lekker van d’r ene op d’r andere been, haar borsten die zo goed uitkwamen in haar laag uitgesneden jurkje deden ook vrolijk mee, evenals haar dochter , die slide van de ene naar de andere kant.
Mijn ballerina had haar biezen gepakt en slofte de dansvloer af. Alsof de jury niet voor haar had gekozen, maar de jumpsuit met vlag en wimpel door hadden laten gaan naar de volgende ronde, waarvan een grappende Waylon dan zou zeggen, “ en doe je moeder maar bij mij” .

Ik pakte het klamme, natte handje van mijn dochter uit haar mond en zei: ”Kom, we gaan ook weer lekker dansen!” . Mijn theezakjes stonden dan niet meer zo pront naar voren, maar schudden kon ik wel en ik stortte mezelf alvast op de dansvloer, ik was klaar voor the battle.
Terwijl ik stond te shaken van links naar rechts, bleef dochterlief stokstijf staan.
“ Mama, we gaan” .
De kekke moeder glimlachte “ doei!” en heel even had ik zin om haar te laten struikelen, airbag genoeg, dus waarschijnlijk zou ze gewoon weer terugveren.
” Doe niet zo dom”  zei ik nog even tegen mezelf en ik schaamde me voor mijn wraakgedachten, ” die moeder doet niets fout met haar decolleté, uuh dochter” .

Hand in hand liepen we naar de andere attracties, met achter ons aan rennend een peuter van twee. Shit, die was er inderdaad ook nog. Onder de indruk van het kekke koppel, moest zelfs mijn zoontje het onderspit delven.

“ Hey ballerina, waarom stopte je nou met dansen?”

“ Er was een ander meisje”

“ En toen?”

“ Toen durfde ik niet meer, dan ben ik verlegen”

“ Verlegen?”

“ Zij kan dansen en is mooi”

“ En jij dan snoes?”

“ Dan kan ik het niet”

En ineens dacht ik.. ach meisje.. je hebt iets naars van je moeder geërfd.
Mijn ballerina maakte plaats omdat ze dacht dat ze niet goed genoeg was, of de ander beter.
Door de imposante, zelfverzekerde houding van iemand anders, pakte zij maar haar biezen.

Het is het meest frustrerende thema in mijn leven. Een thema die ik niet wil hebben en die veel stuk maakt. Door mijn onzekerheid heb ik verkeerde keuzes gemaakt omdat ik dacht dat ik dan gewaardeerd zou worden. Door mijn onzekerheid heb ik dingen niet gedaan omdat ik niet durfde, of omdat ik niet zeker wist of ik het wel kon, of dat er een ander was die het ook al deed, dus dan ik maar niet.
Door mijn onzekerheid was ik bang van wat mensen van me zouden denken. En als ze goed over me dachten, dacht ik dat dat toch niet zo was.
Door mijn onzekerheid, was jaloezie een valkuil, achterdocht mijn tweede naam en kon ik moeilijk tevreden zijn. Onzekerheid is moeilijk en lastig omdat het een leger van leugens is, die je laten geloven dat je niets kunt of bent. Bijna dacht ik, dat ik niet ok was en dat ik het niet waard ben om te zijn in het hier en nu.

Ik ben 35. En nu, nu durf ik pas te zeggen over mezelf dat ik ok ben, dat ik er mag zijn, dat dat wat ik doe goed is, dat ik me niet afhankelijk hoef te maken van het oordeel van een ander. Dat wat een ander zegt geen waarheid hoeft te zijn, dat dat wat ik soms denk over mezelf en daardoor soms ook over de ander ook geen waarheid hoeft te zijn. En dat ik mag denken, dat ik het best wel kan of zoals Pipi Langkous zo mooi zegt:

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”

Nu pas durf ik te zeggen: “ He, ik ben ok” . Hardop, tegen mijzelf.
En ik leer mezelf dat te geloven. Dat ik met mijn voeten op deze aarde mag staan, mijn plekje in mag nemen, mag ademen van de lucht die ons wordt gegeven, dat ik lief mag hebben, mag putten uit de bron, dat ik mag bestaan, dat ik er mag zijn.

Ik kniel bij mijn dochter neer:
“ He, mooie ballerina, je bent prachtig, weet je dat?”
Twee blauwe ogen kijken me aan en ik streel haar blonde haar voor haar ogen weg.
“ Ik zou het fijn vinden om nog even met je te dansen, samen, jij en ik”
“ Ok, mama, dat wil ik wel”

Ik breng haar broertje bij d’r vader en we lopen naar de discohoek en zien de kekke moeder en dochter nog steeds uit hun dak gaan.
Voordat we de dansvloer opstappen staan we allebei even stil en kijken we elkaar aan.
“ Samen he, mama”
“ Samen hoor, kleine ballerina” .

De kekke moeder lacht.
Ik lach terug.

“ 10.000 luchtballonnen kleuren de horizon”
En in de gekleurde horizon sta ik, samen met mijn vierjarige dochter en we schudden het ritme uit ons lijf.

 

©wendyvanschaik2017

writersblock

er spelen woorden in mijn hoofd
ik zet ze op papier
wis ze weer uit
backspace
opnieuw

er rennen woorden door mijn brein
ik typ,
zo snel ik kan
ik lees lege woorden
weg de zinnen

ik had mijn zinnen gezet op
woorden met inhoud
die spelen in mijn hoofd
verstoppertje
en ik kan ze niet vinden
ze hebben buut vrij gepleit

shit
ik ben af

©wendyvanschaik2017

hoop

Dat ik dan ineens temidden van het engelengezang
heel hard schreeuwde dat het kind gewoon mens is
Net als wij
Dat dan de engelen van schrik hun aureooltje verloren
op de onvruchtbare grond
Dat alle pracht en praal, de schittering verdoofde
Dat niets nep maar alles echt was
Moe, lusteloos, leeg, verdorven
Dat ik dan neer knielde bij de kribbe, maar dat deze leeg was
En ik zei: zie je wel, ik zei het toch
Dat aarde noch de hemel elkaar raakten
Verlossing leegte was
Verzinsels
Dat ik dan ineens temidden van de doodse stilte
Onder beschamende, oordelende blikken
bijna stikte
Happend naar adem
Jij mijn hand pakte
mij sleurde uit de wanhoop
En jij schreeuwde:
Ik ben hier
Uit het pracht, uit het praal
De kribbe ontgroeid
Voeten in de modder
Net als jij
Heeft Hij mij ook ooit verlaten
Afgedaald in het zwartst
In het duister
Ik ben hier
Hier
ben Ik
Dat ik dan jouw in de ogen kijk
Ik licht lijkt te zien in Jouw aanwezigheid
Dat het zwart, langzaam naar grijs en dan wit
En dat ik dan weer durf te leven..
Zou dat dan nu kunnen
Dat ik niet zou verdrinken
Opdat ik alle duisternis te boven zou kunnen komen?
Kind in de kribbe, zou je dan misschien willen bestaan…

 

 

 
©wendyvanschaik2017