Verwend nest

Zit ik hier met voor mijn neus een dikke tosti met kaas en ananas,
een beker karnemelk en een appel.
Want ja 2 ons groente en 2 stuks fruit; dus dan heb ik er alvast maar een deel van gehad.
Wil ik een hap nemen: bah, haar in mijn tosti.
Ik schuif mijn bord aan de kant.
Ik pak mijn appel, neem een hap: gatver.
Het lukt me niet om door deze zure appel heen te bijten.
Snel neem ik een slok om de smaak te laten verdwijnen:
Kloeten in mijn karnemelk.
Is er dan niets normaals te eten hier?
Gefrustreerd plof ik op de bank, pak de afstandbediening zet de tv aan.
Het nieuws.
Zap
Talkshow
Zap
Reclame
Zap
Dan maar het nieuws.
Slik.
Ik zie jou:
Holle ogen, hongerige blik.
Verdoofd, uitgedroogd.
Huilend zonder tranen.
Jij hebt niets, ik heb alles.

Ik vis mijn tosti, mijn appel en het pak karnemelk uit de prullenbak.
Zeikwijf, zeg ik tegen mijzelf.
Verwend nest.
Eet op.
Ik krijg geen hap door mijn keel
Niet om het eten
Maar om jou, heel veel om jou.
En om mij een beetje.
Hoe ben ik zo  geworden.
Ik geef geld.
Aan jou.
Om van mijn schuldgevoel af te zijn.
Geef ik geld aan jou en aan de rest.
Zo.
Klaar.
Dan is het morgen.
En ik klaag..
alweer..
Bah, ik verwend nest.

©wendyvanschaik2017

Over haast.

Ineens was het goed.
De haast in mijn lijf ging zitten
Ze keek door mijn ogen de wereld in;
Lopende mensen, zwoegend, hijgend, rennend van plaats, naar plaats.
De snelle ademhaling was voor haar geen vreemde.
“Waar lopen al deze mensen toch naar toe?”, dacht ze bij zichzelf.

Ze keerde zich naar binnen, legde haar hand op haar buik.
In en uit.
Langzaam.
Adem in en uit.
De ademstroom voelde tegennatuurlijk.
Het was de druk van het moeten dat haar een hele lange tijd voortduwde.
Zo was ze ontstaan.
Altijd op scherp,
altijd op weg,
altijd beter,
altijd moeten,
altijd alles willen hebben,
altijd eerder dan de ander,
altijd meer,
altijd grijpen, graaien, groter, gretiger.
Tot nu.
Er was iets wat de haast tot kalmte maande.
Ze wilde dat gevoel grijpen, maar het liet zich niet vangen.

“Wat is het dat mijn rennen doet stilstaan? ” vroeg ze zich af.
Ze ging zitten en staarde naar de mensen buiten haar.
Door de flitsen van het rennende heen en weer zag ze iemand zitten.
Zijn ogen ontmoette die van haar en raakten haar ziel.
Zonder te spreken wist ze dat hij zei:
“Haast, komt tot rust en leef!”
“Leef!”
Op dat moment begon de rust te stromen
Ze verwonderde zich over de vrede die het haar gaf.

Zo zat ze een hele tijd.
Totdat ze dacht:
Ik denk dat ik de haast naast me neerleg en me in deze stilte berust.
Dat deed ze.
En ze wist dat het goed was.

©wendyvanschaik2017

Hartendief

Je had me lief
pakte mijn hart
en als een dief
rende je weg in de nacht
Als ik eens wist
dat de liefde
vermomd als een list
zoiets moois kon breken
dan had ik gezwegen
was ik naar huis gegaan
en had mijn hart nog in mijn hand gelegen

©wendyvanschaik2017

Kleine held.

Soms is het zo donker
ook al is het licht aan
dan voel ik me somber
zie ik niet waar ik kan gaan

de stenen lijken van modder
en ik glijd steeds weer uit
het kost me moeite overeind te blijven
ik ben stil, maar van binnen roep ik luid

de lach is makkelijk te maken
alles lijkt weer goed
de woorden in mijn hoofd weten me te raken
zeggen dat ik het niet kan,
dat ik niet weet hoe het moet

Soms voelt het donker te fijn
Dan begin ik te wennen
Denk ik dat dat alles beter maakt
Ben ik te vermoeid om te rennen

Dan ineens begint er iets te schijnen
Ik zie jouw lach en jouw kleine hand
Jij pakt me stevig vast
voorkomt dat ik val van de rand

Je omhelst me met duizend knuffels
En zegt de allerliefste ben jij,
ik wil altijd bij je blijven,
Mama, blijf jij dan bij mij

Dan voel ik de hoop weer stromen
Mijn mooie, kleine geluk
jij verjaagt uit mijn hoofd het donker
Mijn hart is heel, niet meer stuk

Ik zou willen dat ik sterker was
dan dat ik nu voor jou kan zijn
Maar weet dat ik altijd zal blijven vechten
Het donker krijgt mij niet klein

Ik heb het je vast wel eens gezegd
Heb ik het je weleens verteld?
Jij bent zo bijzonder
Jij bent mijn kleine held

Voor jou wil ik in het licht blijven
Om samen te vieren het leven en de lach
Jij maakt de dag zoveel mooier
Ik ben zo dankbaar dat ik jou in mijn leven mag

©wendyvanschaik2017

Smeken

Ik zie
dat jij lacht
dat jij hoont
dat jij vol onbegrip
jouw denken in mijn hart wilt leggen

Ik hoor
dat jij spreekt
dat jij verbiedt
dat jij hooghartig vermaand
mijn vrede in het diepst van mijn ziel

Ik voel
dat jij verwerpt
dat jij wegduwt
dat jij me afwijst
omdat ik anders dan jij het pad bewandel
Maar mijn diepste vrede
die ik vind in Hem, die in mij is
waarin ik mijn Schuilplaats vind
zal jij nooit kunnen roven
nooit kunnen roven,
door te kijken, te spreken en te veroordelen

Ik loop mijn weg met Hem in Zijn voetspoor
het pad dat Hij voor mij heeft gemaakt
Laat dan mij mijn weg lopen
ook al is dat de jouwe niet
Als jij mijn pad als doodlopend ziet
draai je dan om
In plaats van mij te verscheuren temidden van de arena.
Waarin mijn woorden toch stil vallen tegenover jouw oordelen.

Want put jij niet uit dezelfde bron als ik?
Ben jij niet afhankelijk van dezelfde troost als ik?
Uiteindelijk als jouw pad eindigt,
zoals ook mijn weg ooit eindigen zal,
drink jij dan niet dezelfde beker leeg als ik?
Zijn jouw wortels niet gegrond in dezelfde aarde als de mijne
waardoor ook ik vrucht dragen mag?
Is het dan niet de genade,
de vergeving,
wat ook jouw ziel tot rust brengt?
Dan smeek ik:
Laat ons dan in Godsnaam in vrede naast elkaar leven…

 

 

©wendyvanschaik2017

 

Hopeloos hoopvol naïef

Ik wil dromen van bloemen in haren
van zoenen en rollen in het gras
Van regenbogen en zonnestralen
en dat alles goed was
Van liedjes op gitaar
vrolijk zingend in koor
Van houden van elkaar
in reidans de wereld door

Van eerlijk zullen we alles delen
ik van jou en jij van mij
Van zoveel mogelijk met zijn velen
en oh wat zijn we heden blij
Van gaat het,  doet het zeer
een kusje op je knie
het gaat beter de volgende keer,
wat fijn dat ik je weer zie

Van lekker multicultureel
iedereen mag op het feest
Voor ons allemaal evenveel
maar jij mag het allermeest
van veel kleuren dat maakt ons  prachtig
van wij vinden iedereen ontzettend lief
maar het blijkt steeds weer; ik ben zo allemachtig
Hopeloos, hoopvol naïef….

 

©wendyvanschaik2017

 

Dobberen

Mijn hoofd zit vaak vol ideeën. Dat is fijn. Het brengt me dat ik vanuit mijn hoofd iets uit mijn handen kan laten komen; ik maak en doe graag dingen.
Helaas blijft het vaak bij 1001 brainwaves. Simpelweg omdat ik vier prachtige jonge kinderen heb, een lieve man die fulltime werkt en ik de rest van de tijd een eigen bedrijf draaiende probeer te houden.
Een tijdje geleden vond ik mijn dagelijkse bezigheden niet meer leuk. Ik wilde mijn nieuwe gedachten handen en voeten geven. Actie ondernemen en snel ook, voordat een ander met mijn briljante idee aan de haal ging.
Dat laatste gebeurde ook. Een voor een zag ik een ander mijn ideeën verwezenlijken.
Zo, dat is echt frustrerend. Ik was niet jaloers, nou ja een beetje dan. Ik ging me afvragen waarom ik dan dat idee in mijn hoofd kreeg, terwijl het waarschijnlijk aan een ander was om het te zaaien en te oogsten.
De tijd is mij aan het irriteren. Het gaat of te langzaam, of te snel en ik ben te ongeduldig.

Mijn man heeft daar minder last van:
” Wacht nou maar, als alle kinderen naar school gaan, als de kinderen ouder zijn, dan gaan wij samen een voorstelling maken, of een boek schrijven, of gewoon eens even lekker uitrusten van al die tropenjaren die we gehad hebben” .
Geduld. Hij heeft geduld. In alles.  Als de kinderen ruzie maken, als de rij te lang is , als ik wanhopig gefrustreerd ben, dan heeft hij geduld.
Hij kan opdrachten weigeren. Als er een geweldige aanvraag binnen komt voor zijn Zandschepper kunsten, waarvan ik zeg: ” Ja doen! “,  dan is hij de mail al aan het typen dat hij het helaas te druk heeft.
Ik snap dat niet. Waar mogelijkheden zijn wil ik ze benutten.
Misschien ben ik daarom ook wel de doener en hij de denker.
Hij is voorzichtig, bedachtzaam, een realist met een vleugje pessimisme, hij dobbert graag op kalme wateren. Ik ga op weg en zie wel waar ik uit kom; ik wil ontdekken, ga over woeste wateren en als het fout gaat komt er altijd wel weer een moment waarop het goed zal gaan; inderdaad een optimist .
Opposites attracts zeggen ze. Ja dat is bij ons zeker wel zo, maar pas als we eerst eens even een flinke ruzie hebben gehad. Nou ja, ik ruzie en hij is stil.

Na zo’n ruzie kom ik graag even bij mijn man in het bootje zitten dat voert over de rustige wateren die hij nodig heeft in zijn leven.
Want ook al houd ik van een storm waarin ik op scherp word gezet, na een dobber-sessie met manlief merk ik wel dat vanuit die rust en kalmte er overzicht ontstaat. Kaders waarbinnen ik mijn spinsels richting kan geven en kan kijken wat er echt belangrijk is in het hier en nu.
Op zo’n moment weet ik waarom mijn man, mijn man is: om te laten zien wat ik niet zag, om mij te laten ontdekken dat haast zelden goed is en dat alles komt op het juiste tijdstip. Dat we nu genieten van wat we hebben en dat dat meer dan genoeg is.

We hebben lang in dat bootje gezeten.
Ik had even tijd nodig om weer op vaste grond te komen en te beseffen dat ik niet alles kan doen wat ik wil. Om tot de ontdekking te komen dat ik het lastig vind om soms dingen aan me voorbij te laten gaan omdat ik moeder ben en dat daardoor het moederschap me soms frustreert omdat het mij dan belemmert in het werken aan iets wat ik graag doe..  Om daar even verdrietig over te zijn: dat ik dat een verschrikkelijke ontdekking vind, omdat ik mij schaam dat ik soms mijn werk boven mijn kinderen stel. Terwijl ik zielsveel van alle vier mijn schatten houd.
Ik ontdekte dat als ik zweeg in plaats van gelijk te knallen, dat manlief dan de stilte verbreekt en hij mij mee kan nemen op een weg van rust en geduld en dat dat goed is. Dat hij aanvult waar ik tekort kom in onze relatie, in de opvoeding en andersom. Dat we ieder moment, in volle bewustzijn in ons opnemen omdat vandaag gisteren is voordat we het beseffen.
Dat uiteindelijk voor ons , het samen zijn met zijn zessen, zoveel meer brengt, meer dankbaarheid, meer geluk, meer liefde,  dan een idee wat even in mijn gedachten naar boven komt, maar net zo vluchtig als wolkjes weer voorbij kan gaan.  Dat geduld een schone zaak is en dat genoeg, genoeg is.

Veel van mijn ideeën zullen dus nooit uitgevoerd worden- of juist wel, maar niet door mij. Dat te weten is lastig, maar dat is dan ook alles wat het is.
Een van de ideeën was om een blog op te zetten waarin ik wekelijks mijn ontdekkingen in de zoektocht naar de zin van het leven zou plaatsen.  Dit is niet haalbaar en dus heb ik besloten te snoeien en de 2 blogs samen te voegen.
Dus lieve volgers, mochten jullie me willen blijven volgen, dan raad ik jullie van harte aan om op De Zinzoeker op het knopje “volg” te klikken .

Mijn man is het anker alweer aan het binnenhalen. Ik stap snel bij hem in het bootje om eens lekker tot rust te komen, samen te mijmeren over wat als, dan toch, en over later, of  om te staren naar het water en gewoon eens even te zijn; niets meer en niets minder samen te zijn.

“Rivers know this: there is no hurry. We shall get there some day.”
 -A A Milne-, Winnie the Pooh-

 

 

©wendyvanschaik2017