Lauw.
Niet heet.
Niet in vuur en vlam.
Geen volle, vurige Christen.
Daarnaast trek ik muren op en sta ik mijn eigen Christelijke groei in de weg.

Bovenstaande zijn een aantal woorden die ik gisteren over mij uitgegoten kreeg.
Ik was compleet van slag. Niet van verdriet, maar van woede.
Alhoewel ik wel een traantje heb gelaten: de woede moet er toch op de een of andere manier uit.

Misschien was het mijn eigen fout.
Ik zeg wat ik denk en wat ik voel. Bam, het ligt zo op straat, of in dit geval op Facebook.
Mijn moeder zei vroeger al tegen me dat ik niet altijd het achterste van mijn tong moet laten zien.

Dat wilde ik ook niet. Heus niet. Toen ik de opmerking in kwestie las heb ik heel lang gewacht om een reactie te geven. Sterker nog, ik ging in hevige discussie met mijzelf. Mijn veilige onzekere ik begon met het afsteken van argumenten,
” Nee, nee, je doet het niet. Laat mensen denken wat ze willen denken. Bewaar nu maar de lieve vrede en houd je in. Bovendien, iedereen kan meelezen. Wat zouden deze mensen wel niet van je denken. Afgelopen zondag stond je nog in een kerkdienst op een podium je theatraal uit te leven. Houd je mond, denk na en houd je mond.”  

Helaas is mijn recalcitrante ik meestal sterker. Ze wil zich niet bewust afzetten tegen de regels, maar het is nu eenmaal zo dat zij de dingen soms echt anders ziet; Ze schopt misschien soms tegen heilige huisjes aan,  maar wel met een groot gevoel voor liefde en vrede. Ze wil alles openbreken. Alles moet bespreekbaar zijn, niets mag bedekt worden. Nee. Dan liever krijsend, vechtend, rauw in discussie samen ten onder, om daarna elkaar weer te vinden, elkaars verschil in mening te accepteren en daarin samen 1 te zijn. Het is niet dat zij vindt dat ze gelijk heeft. Ze weet heus wel dat deze aanpak niet altijd het meest handige is. Maar zij is nogal aanwezig.
“Misschien kan je iets van naastenliefde en acceptatie van de ander laten doorschemeren, misschien kan je iets van mildheid lospeuteren bij de ander”.

Ik klikte Facebook weer weg. Wat een onzin om daar nu mijn energie in te gaan steken, laat ik maar een boek gaan lezen. Ik probeerde mijn concentratie bij het boek te houden, maar de reacties op de desbetreffende facebookstatus lieten me niet los. Steeds bracht ik mijn aandacht weer terug naar de pagina in mijn boek waar ik al vijftien minuten naar aan het staren was.

” Ok, een kleine reactie kan geen kwaad”

De kwestie waar ik mijn hoofd over aan het breken was, was een kwestie over Halloween. In de christenwereld over het algemeen ” NOT DONE”. Immers, Christenen vieren het eeuwige leven en niet de dood. Even losstaand over wat iemand nu van Halloween vindt, het ging me niet eens over die discussie. Wat mij raakte was de manier waarover de Anti-Halloweeners spraken over mensen (Christenen) die wel Halloween vierden. Die kwamen er niet goed van af. Laat ik het zo zeggen: Ik zag de stenen voorbij vliegen (denkend aan wie zonder zonde is werpe de eerste steen).

Mijn taak in dit Facebookstaartje, vond mijn recalcitrante ik, was om op te roepen niet te oordelen, maar mensen de ruimte te geven om zelf een keuze te maken en daarmee in gesprek te gaan als je het niet begrijpt. Toen was het hek van de dam. Mijn reactie was de reden waarom kerken leeglopen. Door mijn overdreven liefdevolle reactie, zijn kerken te zacht geworden en krijgt het duister de ruimte om mensen te pakken.

Na die reactie raakte ik al aardig aan de kook. Mijn voorzichtige ik begon weer zacht te spreken:
“Rond het gesprek maar af, dit gaat je te diep raken. Deze mensen reageren ook vanuit hun liefde voor hun geloof, je komt nooit op 1 lijn met hen”.

Ik besloot te luisteren naar die zachte stem, aangezien ik had geleerd dat een fluistering vaak de wijsheid in pacht heeft. Als reactie op de vermaning dat ik liefde als mantel gebruikte gaf ik beleefd aan dat ik niet in discussie wilde hierover en dat ik ze nog een fijne dag wenste..

Ja.
Uuh nee.
Of in ieder geval fout geantwoord dus. Want nu was ik iemand die muren optrok, mijn eigen Christelijke groei in de weg stond en mij snel veroordeeld voelde. Daarnaast kreeg ik nog een privebericht dat ik een verdorven Christen was en mij snel weer moest keren tot het Licht.

Zo.

Ik ben een verdorven Christen. Aan dat idee moest ik even wennen. Nadat mijn woede wat was gezakt en ik tegen mijzelf zei dat dit ook gewoon mensen zijn met hun eigen meningen en zij oprecht mijn standpunt niet kunnen begrijpen. En nadat ik een aantal keren diep adem had gehaald, herhaalde ik de woorden van de mevrouw met de wijzende vinger een paar keer hardop.

” Ik ben een verdorven Christen”.
” Een verdorven Christen”.

Toen ik eindelijk aan dat idee gewend was, dat wanneer je liefdevol en zonder oordeel in de wereld probeert te staan je een verdorven Christen bent, kwam er een andere sticker op mijn pad. Dat van Christenhipster.

Ewout Klei en co publiceerde in de opinie van het Algemeen Dagblad dat er Christenen zijn die de blijde boodschap op een hippe manier naar buiten willen brengen.  Dat hipsterchristenen zich gedwongen voelen om afstand te nemen van de intolerante elementen uit het christendom (o.a. homoseksualiteit, samenwonen) en dat het vooral draait om de schone schijn en het imago.

Zo. BAM. Op 1 dag voelde ik een veroordeling uit twee verschillende hoeken die ook nog eens lijnrecht tegen over elkaar staan als het gaat om ” het geloof” .

Even dacht ik terug aan de mevrouw uit de Halloween-discussie. Misschien voelde ik me inderdaad wel snel veroordeeld. Maar ik kon er niets aan doen dit zo te voelen.

Volgens de 1 ben ik een verdorven Christen en de ander noemt mij een HipsterChristen, als ik de definitie van dat woord moet geloven.

Want ja: ik ben niet tegen homoseksualiteit. Wanneer mensen samenwonen vind ik dat ze dat zelf moeten weten. Ik zou nooit tegen beide partijen zeggen dat ze, bijvoorbeeld, niet aan het avondmaal mogen.Natuurlijk zou ik hier en nu kunnen beweren dat ik dat wel ben. Ik zou dat kunnen beweren omdat ik weet dat er straks mensen zijn die dit lezen en die naar de kerk gaan waar ik zondags ook vertoef: maar dan zou ik liegen. Dan zou ik woorden spreken die in mijn hart niet leven.
Ik wil transparant zijn. Eerlijk. Niks geen schone schijn. Niks geen hip gedoe om het Christendom populair te maken, of om te laten zien dat het Christendom heus wel tolerant is.

Ik geloof in een Schepper. In God. Ik geloof in het bestaan van Jezus. Dat Hij heeft geleefd, is gestorven en weer is opgestaan. Ik geloof in genade. Genade waarin ik mag rusten en weten dat deze genade er altijd is. Voor iedereen. Voor de Christen die verkleed als heks vrolijk mee doet aan het Halloween festijn, voor de homo die verliefd is op zijn ware liefde, voor tante Truus die na de kerkdienst met Tante Jacoba aan het roddelen is over Tante Ko die het laatste lied wel heel erg vals zong.
Genade voor de vrouw die mij verdorven vindt. Genade die ik mag ontvangen en weer uitdelen.
Boven alles geloof ik dat de God waarin ik geloof mijn gedachten kent, en dat Hij weet wat er in mijn hart leeft. Zou ik dan het ene spreken, terwijl mijn hart, mijn zijn, anders denkt? Of worstelt met bepaalde dingen? Wie houd ik dan voor de gek?

Ik ben mens.
Punt.
Ik drink, ik eet, ik slaap, ik schijt, ik heb lief, ik vloek, ik schaam me, ik bid, ik dank, ik vraag om vergeving, ik leer, ik dank, ik bid, bid om meer liefde in mijn hart voor alle mensen. ALLE mensen.
Ik bid dat het veroordelen en oordelen van mensen ver bij mij vandaan zal blijven. Dat wanneer ik dat wel doe, er mensen zijn met lef die mij een spiegel voor houden.
Ik bid voor mildheid voor mijzelf en voor de ander.
Dat ik vanuit die mildheid vrede kan uitdelen.

Ik bid dat ik in hemelsnaam meer op Jezus mag gaan lijken.
Dat ik de hoer, de tollenaar, de verlamde, de geestenzieke, de gevangene, de ontaarde gelovige zie en dat ik zeg: Ik zal met je eten, ik zal je helpen, ik zal je kleden, ik zal je liefde geven, ik zal je brengen bij de tafel van Hem, die zelf meer dan alles heeft ondergaan voor jou, voor mij.  Hij, Die mens was:  samen zullen we Zijn maaltijd nuttigen.

En ik dank, ik dank uit de grond van mijn hart dat ik, verdorven, Hipsterchristen ten diepste weet dat ik geliefd ben, door alles heen.

 

you