Ze is mens
Ze ademt
Ze loopt
Ze kijkt
Neemt waar
door te voelen, te proeven, te horen
Ze voelt
Ze lacht, stampt van woede, huilt hele rivieren vol

Net als jij;

Ze is gemaakt
Geschapen
Gewild
In liefde op de aarde gekomen
Door liefde omgeven
Gekoesterd neergezet op de plek waar ze loopt
Daar is ze opgegroeid

Net als jij;

Volwassen geworden
De liefde ontdekt
Kriebels in haar buik
het zweet in haar handen
Verliefd, het verliefde verlangen, de zoete dromen..
Alleen;
Niet zo onschuldig als de vlinders in jouw buik
Ze had vleugels moeten krijgen, maar toen ze te dicht bij de zon vloog;
heb jij haar vleugels verbrand

Ze vervloekte de kriebels
Het brandende verlangen
Werd koud als sneeuw
De warmte deed de sneeuw niet smelten
Om haar heen was er namelijk niets anders dan diepe kou
IJzige wijzende vingers
Ze was niet langer een gast
Haar werd de maaltijd ontzegt.

Ze is mens
Zondiger dan jij ; dat zeg jij
Het enige wat ze wil is lief hebben
De mens is toch niet gemaakt om alleen te zijn?
Maar zij is de uitzondering op de regel
Zij moet leven in de diepe eenzaamheid
Ontwijkt zij die weg dan is haar uitzicht hel en verdoemenis

Zij is in liefde op de aarde gekomen
Gekoesterd neergezet op de plek waar ze loopt
Ergens is die koestering van haar afgenomen
Tijdens haar wandeling, op het moment van de ontdekking
van de prille liefde, van de zoete honing,
is die liefde uit haar handen gegrepen
Haar is verboden diepe liefde te voelen
Het recht om in diepe harstverbondenheid te leven is haar ontzegd

In diepe, donkere duisternis zal ze de kilste eenzaamheid vinden
Ze zal zichzelf verafschuwen om wie zij is
Ziek? Mismaakt? Een fout in de schepping?
Ze zal zich afvragen of al die goedbedoelde woorden de enige waarheid zijn..
Zal zij voor eeuwig branden omdat zij een Eva lief had?

licht-in-duister
In die kilste eenzaamheid, in het pikzwarte duister, is er een licht nog niet gedoofd
Er schijnt een  licht in de duisternis
Deze heeft het duister niet in haar macht gekregen
Ze warmt haar hart, haar ziel aan het Licht
Luisterend naar de zoete klanken van de Weg, de Waarheid, het Leven;

Zij is in de moederschoot geweven
Zij is geliefd
Gewild
Op aarde neergezet
In liefde zal ze wandelen
Oh, in liefde zal ze roepen, zal zij luidkeels roepen
Zo hard dat al het oordeel omver wordt geblazen
Ze zal worden gekoesterd, niet worden veroordeeld

Er zal huilend gelachen worden, er zal een stoel worden vrijgemaakt
En Hij zal zeggen, Hij zal diep in haar hart spreken:
Wees welkom, schuif aan, aan Mijn tafel
Drink Mijn wijn, neem Mijn brood
Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen
Ik wil met jou de maaltijd nuttigen
Ik geef je ruimte: Ik geef je Liefde.
Mijn liefde
Mijn ruimhartige Liefde geef ik je
Drink, Eet, wees Mijn gast.
Zij zal gretig de maaltijd nuttigen
Zij zal drinken, eten en proeven:
Zij zal in het diepste weten;
Ik ben gewild, geliefd, op de aarde neergezet
En in liefde, ja in Liefde zal ik wandelen

©wendyvanschaik2016