De afwijzende blikken, de draaiende ogen van een ander, maakt al dat er een orkaan van gedachten mijn hoofd binnenstormen. Tel daar een uurtje met alle kroost tijdens de zwemles bij op en de wanhoop is compleet:

Een krijsend,bijna stikkend kind -omdat door de Palato schisis, het snot en de melk de neus en het keelgat in loopt- in een bloedhete sportschool, terwijl je oudste nog 35 minuten moet zwemmen en je andere kleuter zo breed op de bank ligt, dat haar voeten sierlijk op de been van een andere moeilijk kijkende vader neer… knallen.
Het zweet breekt je uit, je baby begint harder te hoesten en je hoopt dat ze niet blauw aanloopt. Je ziet de ontwijkende blikken van de andere ouders, de negerende “ik heb geen zin in dat gekrijs – houdt dat kind stil” hoofden. En zelf zou je het liefst mee willen janken.
Dan is daar je engel. Een vrouw, een moeder, met de liefste lach ooit, die in alle rust zegt: ” wat een mooi kindje”. Ze begint door het gorgelende gekrijs rustig een gesprek. Je kalmeert en opeens merk je dat die andere blikken je niets meer doen. Want jij zit,hier en nu, met je -misschien iets te – vrije kleuter en krijsende baby
naast een engel , simpelweg te zijn. De vrede met de situatie daalt neer in je hart.
En de rest…. is de rest.

©Wendyvanschaik2014